E voto Dordraceno - pagina 348
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
348
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK IX.
?an eigendomsrecht in een zaak, zonder dat ge nog in het
Van
van
bezit er
zijt.
het oogenblik af toch, dat ge er in het bezit van komt, houdt ge op
erfgenaam
te
en
zijn
Schrift dit beeld van
op
ge bezitter.
En daarom nu
Gods Mnderen, voor den
Immers ook bun
aarde.
even
zijt
van hun pelgrimsreis
recht op de eeuwige heerlijkheid staat vast,
vast als het recht van een erfgenaam op zijn erfenisse;
lang Gods kind op aarde wandelt, heeft
Deze komt
niet.
èn
tijd
gebruikt de Heilige
En om
eerst later.
hij
nu beide
dit
maar
zoo-
deze eeuwige heerlijkheid nog tegelijk uit te drukken,
dat zijn recht op die heerlijkheid onwankelbaar vaststaat, èn dat
nog het
Hierin toch
God
kan de
ingegaan,
is
Schrift
uw
kan
is
Gods kind een „erfgenaam."
meer
zijn
hij
uitersten wil wijzigen
;
maar
dood tusschenbeide gekomen en het testament van kracht gewor-
de
meer
aan
recht
ontvingt,
leven,
nog
zoo
nu
er niets
drukt „erfgenaam des eeuwigen
niemand meer kan getornd worden; en
maar daarom
derft
is
dat ge recht op het eeuwige leven hebt; 2". dat aan dit
1.
recht door
om
En
veranderen.
te
levens" uit:
hebt
erfe-
Zoolang de
in wijzigen.
den, dan staat de beschikking van het testament muurvast en
uw
hij
recht op die erfenisse zelfs door
erflater er niets
nog testamentmaker
erflater is
opgesloten, dat aan
ligt
meer kan veranderd worden. Zoodra toch het recht op de
niets
nis
noemt de
bezit er van derft,
;
de erfenisse zelve,
d.
3.
dat ge wel dit
hier het eeuwige
i.
waarbij dan ten 4". nog komt, dat ge zelf niets verricht
dit recht te verwerven,
want
juist
aan een erfenis
het eigen,
is
dat ge er zelf niets voor deedt en dat ze u uit louter gunste of krachtens
uw afstamming toekwam. Neemt nu God aan, en zijt ge uit God geboren, dan,
kind
u uit louter genade als zijn zoo zegt de Heilige Schrift,
bezit ge dat onveranderlijk recht op het eeuwige leven zonder eenig toe-
doen
uwerzijds,
dat
het,
ge
en
blijft
feitelijk
nog
dit in
uw
recht onwrikbaar vaststaan, ook
al
is
armoede omdoolt en van de eeuwige heer-
lijkheid verstoken blijft.
Daarom dan ook met
leven"
opwerkt bezit,
verbindt de Catechismus dit „erfrecht op het eeuwige
het geloof.
uit
het u ingeplante geloofsvermogen, weet ge dat ge dit recht
en voor zooveel
tuiging van
Zoodra, zoolang en voor zooveel het geloof in u
uw
dit geloof in
u bezwijkt, gaat ook
heilig erfrecht te loor.
uw
zalige over-
„Eeuwig leven" beduidt
hier niet
het „geestelijk leven" als zoodanig, want „eeuwig leven" in dien zin bezit
Gods toch
kind
eeuwige" dat
op
in kiem.
hij
of
1.
aarde
reeds
;
nog wel
niet in de ontplooiing,
Doch wat Gods kind nog
niet bezit
„de eeuwige heerlijkheid". Integendeel
is
zijn
maar dan
„een leven in het toestand
nog slechts een klein begin der ware gehoorzaamheid
bevindt, en 2. het kruis draagt en
nog
niet de kroon.
Maar dat
is
deze,
in
zich
blijft
zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's