E voto Dordraceno - pagina 488
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
488
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
zelf
Christus doopt, Christus reikt het brood en den wijn
is.
overmits
natuurlijk,
aarde
en
is;
opvoer
zijn
Maar
uit.
ten hemel, en thans niet op
ook, volgens de beperktheid zijner menschelijke natuur,
hij
kon
zoo
woordig
Middelaar
de
ware op aarde, toch slechts op één plaats
gesteld, hij zijn;
XIII.
de
Christus
om Doop
noodzakelijkheid,
dat
niet
zelf
te
Avondmaal
en
op
gelijk
hiertoe dienaren bezige.
hij
van ons land niet allerwegen
te
kan
gelijk
alle plaatsen
bedienen.
te
kunnen
te gelijk zou
Hieruit
tegen-
vloeit
de
Evenals de Koningin
en daarom in de onder-
zijn,
scheidene provinciën haar Commissarissen en in de onderscheidene steden
en dorpen haar Burgemeesters aanstelt, zoo
den hemel en niet op aarde
in
is,
het ook hier.
is
laat hij
Omdat
Christus
het Sacrament op aarde aan-
richten en uitreiken door zijn dienaren.
Hieruit vloeit de regel voort, dat niemand een Sacrament bedienen kan,
dan die
om
last heeft
nu
hiervoor
als
dienaar van Christus op
te treden.
De
aanwijzing
door Christus aan zijn kerk opgedragen. Hij heeft geen
is
aparte kaste van personen aangesteld, noch ook een stam als van Aaron verkoren,
hiertoe
sonen aan
te
macht
in zijn kerk de
gelegd,
om
hiervoor per-
wijzen, die alsnu wel door de kerk worden aangewezen,
macht en
alle
maar
autoriteit
niet
maar
van de kerk, maar van Christus hebben.
Zijn er nu, gelijk het behoort, in een plaatselijke kerk meerdere dienaren
en opzieners, dan hebben deze
saam den
richten. Alle beschikking over het
maken
en reikt brood en beker
uit.
dienaren
laat
deze
dat
als
aanwijzen,
gezamenlijke
het Sacrament aan te
zoodanig uit
Sacrament neemt de predikant
ouderlingen en diakenen
om
Sacrament gaat diensvolgens van den
kerkeraad, en nooit van een predikant ting van het
last,
alles
zelfs
Aan de
bijna geen aandeel.
hij
dienaren
De
gereed. Hij breekt alleen het brood
Vast staat dus, dat Christus door
die
aanrich-
zelf alsnu
met
zijn
kerk
autoriteit bekleedt, en
voor het Sacrament te zorgen hebben.
Komt
het
en
de bediening voorgaan, dan spreekt het vanzelf, dat de kerkeraad
dit
bij
nu echter op de vraag
aan, wie het
opdraagt aan de Dienaren des Woords.
Sacrament
zal
uitreiken
Vooreerst omdat, zoo dikwijls
namens den kerkeraad moet voorgaan, dat altoos de Dienaren des Woords zijn. Ten tweede omdat de bediening der Sacramenten hoort bij de één
En
bediening van het Woord.
ten derde overmits de Sacramenten gemeen-
schap geven niet met een plaatselijke kerk, maar met de geheele Christelijke
wier
kerk op aarde
en de Dienaren des Woords juist die dienaren
ambt een meer algemeen karakter
zijn plaatselijke
geen
;
enkele
optreden.
De
bezit.
zijn,
Ouderlingen en diakenen
ambtsdragers, die buiten de grenzen van hun eigen kerk
bevoegdheid dienaren
bezitten
des
en ook niet zaakwaarnemend kunnen
Woords
daarentegen
kunnen
dit
wel.
Zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's