E voto Dordraceno - pagina 388
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
388
XXIV. HOOFDSTUK V.
ZOND.
daarom
niet,
het schaap
is
minder gelukkig, eenvoudig omdat
liiets
schaap de behoefte aan zulk een dek niet bestond.
wat
Een mensch met
menschen.
onder
doen
missen,
was
muziek
hem
zoo ge
afgesloten,
En
een
terwijl
geluk,
vol
zijn
datgene
alle
en een harp in
zijn
zou ze toch onaangeroerd laten staan. Iemands
hij
om hem wat
bezitte,
van
hij
ander, die deze behoefte niet kent,
vreugde en weelde bestaat dus niet daarin, dat ge
rijke
genieting
allerlei
het
bij
het ook
is
veel muzikaal talent zoudt ge heel
een werkkring gaaft, waarin
niets rijker door zou worden, of ge al een orgel
er
vertrek woudt plaatsen,
nu
zoo
maar
opstapelt,
slechts
beantwoordt aan een door
dat
hierin,
hem gekende
hij
al
en onder-
vondene behoefte.
En een
gekende behoefte volkomen en geheel vervuld, zoodat
die
is
meer
niets
verlangen
te
onvervulde
w.
d.
moet ook
dan
met
z.
voor
zaligheid
een
zal
niet
zal
juist
hij
zijn
Ware
berekend.
aanleg,
nu
er
nog
Vaderhuis
dat
in
er voor zijn
diepte
bepaalde vatbaarheid
maar een
iegelijk
een taak ontvangt die past
hij
en in overeenstemming met zijn talent.
zijn karakter,
bij
in
de volle rijke bezigheid van het Vaderhuis
In
vrede smaken, dat
zijn
omdat
hem
zaUg
hun aard en de
zijn
hetzelfde werk te werken hebben,
ieder
daarin
hij
aan elk hunner een ver-
leven
een iegelijk van hen op
bij
zijn,
is
zeer verschillende uiteenloopende
eeuwige
het
schillende vervulling brengen, zich regelende naar
van hun wezen, en
dan
overblijft,
zouden overblijven. Schiep God nu
behoeften
menschenkinderen ongelijk, behoeften,
wenschen
te
een ander nog niet zalig zou
waarin
toestand,
hem nog
of
plaats
voor
benijding
en valsch
begeeren, zoo zou deze ongelijkheid zeer zeker de zaligheid storen kunnen
maar nu
elke nijd daar
niemand hooger zaligheid
zal zijn, en
aard
zijn
ondenkbaar en elk valsch begeeren daar gebluscht
en
aanleg
zijti
kennen, dan
zal
dienen,
te
is
om
zijn
God naar
ook deze stooring van geluk
volstrekt uitgesloten.
Het eeuwige leven en
natie;
God
niet
allen
naar
onderscheiden
toegemeten, dan
praedestinatie
des
te
vinden,
is
ook
dien te
zijn
als
kennen, te kennen ook in
te
nu God de Heere, naar
heeft
verordineering,
is
Heeren
ze
wil
goddelijken
in
te
wil
die
in
het
praedesti-
gansch vrijmachtige voor-
zijn
één maat verordineerd, maar elks mate is
het een stuk der zaligheid ook in die
te leven,
en zijn eigen plek en stand zoo
praedestinatie
kennen;
zijn
dien
wil
richtsnoer
te
van
bepaald
kennen zijn
God
was. als
te
kennen
goddelijk; en in
begeeren
en
verlangen
vinden.
Wat zonde
Christus voor al de zijnen verwierf, vrij,
niet ter prooi zullen zijn
is
dan dat ze van schuld en
aan eeuwig gemis en een eeuwigen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's