Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 262

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 262

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLIVa. hoofdstuk

264

Een hart dat

niet begeert is

dood,

mat,

is

bidden

niet. Alle

God

breekt, dat hij ze van

Daarom moeten dan ook

begeere, die mildelijk geeft en niet verwijt."

onze

al

God bekend worden. Van Hem

zijn

afdalende

Fontein dat

des

heils.

ons

Hij

begeerten

Vader

den

En daarom

niet

vloeit het alles af,

der

met

God

er

om

zijn

begeerte werkeloos en dof voor

uitsluitend is

vervulle de

de Heilige Geest zelf in ons gewerkt heeft. Het

die

de begeerte

tot

God

om met Gods

is,

er dus

en een hart zon-

men

Zelfs beperke

ligt.

is

dat veeleer telkens

zijn,

en diep begeeren de drijfkracht van het echte gebed der

aangebeden, op-

maar ook

zijn gunste,

verre vandaan, dat alle begeeren zondig zou

zoo

goede gaven

alle

en ons toekomende uit de

lichten,

wil onze

alleen verrijke

met bidding en smeeking

begeerten

voor

van

verdord, zonder het gevaar,

hart, dat niet begeert, bidt

van God begeeren. „Indien iemand wijsheid ont-

iets

is

is

Een

dat in die verdooving dreigt, te beseffen.

II.

dit niet

beeld verzadigd te worden. Er

ook een gewettigd, door God zelven in ons gewekt, en daarom alleszins

rechtmatig, begeeren naar die mate van levensgoed en levensgeluk, die het

perk

niet

buiten gaat. „Rijkdom en armoede geef mij niet, voed mij

te

met het brood mijns bescheiden

Ook

al

Ome

het

is

deels," gold nooit als zondige begeerte.

Vader meest

„Geef ons heden ons dagelijksch brood." En zulk begeeren tot onze natuur als zal het

van heerlijkheid

ook de begeerte in

geestelijk, er is toch

mensch

niet alleen dat hier op aarde

maar ook

behoort,

tot heerlijkheid gaan,

in

den hemel

en alzoo door elke nieuwe

verzadiging nieuwe begeerten gewekt worden. Zonder voorafgaande begeerte is

geen

er

Waar de trek ontbreekt, wordt En waar de dorst naar God

genieting.

zijne heerlijkheid genoten.

genieting van zijne majesteit

Niemand of

zie

het brood niet in uitsleet,

zou geen

meer bestaan kunnen.

dus in de begeerte

iets,

dat door de zonde

is

uitgevonden,

dat het eerst door de zonde in de wereld kwam. Integendeel het be-

geeren

ons

is

anders

ware

schiep

als

ingeschapen.

zouden

Wij

zijn

op

aangelegd. Zoo het

begeeren

we zelfgenoegzaam moeten

zijn.

Maar nu God ons

afhankelijk, alle ding behoevend, als voor ons aardsche leven

op de natuur aangewezen, en voor ons hart op de gemeenschap met God en

met onzen

naaste,

nu

kunt

ge u onze natuur niet denken, of het

behoeven, het verlangen het begeeren van wat we niet in ons zelven hebben,

maar wat ons van

lijk.

Ons

wat

bij

slechts

is

buiten moet toekomen,

een zuigende kracht ingeschapen,

van haar onafscheide-

is

om

vervuld te worden met

ons hoort, doch wat we uit ons zelven niet hebben. Iets wat niet in

het

gemeen

waar

Geboden doorgaat, want, om

is,

maar ook met

slechts op het zevende

opzicht tot de enkele

Gebod

te wijzen,

God

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 262

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's