E voto Dordraceno - pagina 291
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVb. HOOFDSTUK
Wat
en voorzichtig.
practisch
daarom
mocht
moet uitgesproken, dat spreekt
hoogere
ge
erkent
de trappen der heiligmaking
;
mag
allerheiligsten
wijsheid)
nu
Catechismus zeer
voelt de
God kon gaan denken: „Zoo ben
eenig kind van
allicht
zijn
ware het werk van den Heiligen Geest verachten. Maar (en
te loochenen,
dat
en
uit;
hij
niet verzwijgen, dat er heiligen, heiligeren, heiligsten
hij
en allerheiligsten onder Gods kinderen
hieraan
293
II.
ook ik gerekend worden," en dat
En
zelven voor een halven hemeling ging aanzien.
het
hij is,
Tot de
ik.
op dien grond zich-
om
die inbeeldingen
bodem
in te
Catechismus er nu zoo bang en zoo ernstig op volgen
laat,
en zondige overleggingen des harten opeens en voorgoed den slaan, dat de
wel,
„dat zelfs de allerheiligsten nog niet hebben, dan een klein beginsel dezer
gehoorzaamheid." Ze staan zoo op de derde, vierde tree van een torentrap
maar van een
torentrap die honderden treden hoog
Hieraan moet dan ook vastgehouden, want
kwaad
juist
voortgekomen
is.
het Perfectionisme
bij
Om
op aarde, zoo bijna tot de spitse van den toren waren opgeklommen. bij
ons beeld te blijven, waanden velen metterdaad, dat
tweehonderd treden
honderd
tachtig, is
heeft,
als
de torentrap
en enkelen met hen, het reeds
zij,
En
en tachtig gebracht hadden.
vijf
bij
het volkomen natuurlijk, dat dan een ander u vraagt,
tot
honderd
die voorsteUing
waarom
die overblijvende vijftien of twintig treden niet er bij zoudt doen.
met een
laatsten ruk,
komen. Juist daarom echter
ning, er nog zeer wel
met een stelt
dan
gij
Op
dat
Wie
valsche standpunt ware die vraag dan ook volkomen gerechtvaardigd.
het zoover reeds bracht, kan
het
is
de valsche inbeelding, alsof we, reeds hier
uit
laatste inspan-
de Catechismus u
de zaak gansch anders voor, en laat u zien, hoe ge van de tweehonderd trappen, tot
hier
hoogstens tot drie of vier
een klein beginsel.
Bij die is het
verder
En
stelt hij
van de gewone heihgen.
u de allerheiligsten voor,
men
dan wie niemand op aarde kan komen. Elk denkbeeld, alsof
hemel over geschiedt,
te is
dat
onzen naaste
eerst, in
in
God aan den stam van ons tot
stichting en
den dood wordt den
khmmen, om nu van
die spits in
den
stappen, valt hierdoor ten eenenmale weg. Al wat hier op aarde
enkele vrucht laat uitkomen.
Eerst
dan
brengt. Nooit verder
wel, dit zegt hij niet
let
nog weer minder. Maar zoo
zoo allengs naar de torenspits zou
ting,
vijf
of
dood
bedompte
atmosfeer
uitloopen,
—
alle
zelven tot eere zijns
En dan wacht
Naams, een
het tot op onzen dood.
Want
gemeenschap met wereld en zonde afgesneden.
komt de kan
Hem
geloof, ons tot vertroos-
groote
genade der heiligmaking. In deze
de plante des geloofs slechts schaars en karig
opbloeien in al haar pracht en prijken in al haar vruchten-
weelde kan en zal die plante
eerst,
den reinen ether van Gods hemel.
als ze
door den dood overgezet
is
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's