E voto Dordraceno - pagina 565
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK
met
wereld
En
onheilige wet. lijke
macht
God
in,
onheiligen
zijn
doordien
bezit, woelt
om
Hij
geest.
hij
aan vleesch en wereld
stelt
zijn
over vleesch en wereld zulk een ongodde-
en werkt
hij
dag en
rusteloos, bij
Gods Koninkrijk tegen
vooral
567
III.
houden, en
te
nacht tegen
bij
zijn heiligen ten
val te brengen.
Hiervan merkt ge intusschen zeer zelden het
achter
schild
maar ge ontdekt Satan
vleesch en wereld,
ten
nu vleesch en wereld u
Satan
zou er
omdat Satan
iets,
af,
ziet
ge wel
niet die er achter woelt. Stuit-
zoo zou er geen verleidmg in steken, en
kunnen bereiken. Maar
doel niet door
zijn
zich meestal
Dan
van vleesch en wereld schuil houdt.
dit is niet zoo.
Vleesch en wereld doen zich zelfs in den regel aan u voor in een vorm
u bekoort. Ze streelen u en weten u
Dit zou niet zoo
zijn,
indien vleesch en wereld zich terstond ongesluierd aan u vertoonden.
Im-
die
mers,
van God, maar
alleen een kind
niet
burgerlijke
gerechtigheid,
zoodra
brooddronkenheid
de
naakten
vorm
zeer ver
is
reld
toonen
te
heeft
afgedoold. in
voelt
weerzin
en
de
man
een
zelfs
afschuw
en
gemeenheid
tiert
bij
of
vrouw van
zich opkomen,
en raast. In dien
vleesch
en wereld alleen vat op iemand, die reeds
Daarom
begint Satan altoos
met u vleesch en we-
een schoenen, dusgenaamd fatsoenlijken, u boeienden
om
vorm,
toesprekenden
en
te boeien.
eerst later, als ge verdorven
zyt,
u ook de
naaktheid der wereld te laten zien.
Men is
versta dit woord vleesch en wereld intusschen niet verkeerd.
volstrekt niet enkel
uw
eigen vleesch en bloed, als ware
Vleesch
met „vleesch"
uitsluitend bedoeld zinnelijke zonde, zooals wellust, brasserij of vraatzucht.
„Vleesch"
In de Heilige
is
Schrift,
en zoo ook hier in den Catechismus
bedoeld als de „vleeschelijke mensch", de oude zondaar, de mensch naar zijn
verdorven natuur, en alzoo in Gods kind
inwonende zonde, die nog in toe zal
hebben
te
strijden.
de heihge apostel in Gal. reinigheid
en
vijandschap,
Zoowel éénen
de
hem
nawerkt, en waartegen
V
ontuchtigheid"
zinlijke
als
te
hetzelfde
werken.
hij tot zijn
dood
volstrekt niet alleen „overspel, hoererij, onop,
maar evenzoo
twist, toorn, afgunstigheid, gekijf,
naam van
het de oude mensch, de
Onder de werken des „vleesches" somt daarom
„afgoderij, venijngeving,
tweedracht en ketterijen".
de geestelijke zonde vallen dus beide onder den
„vleesch"; en wie opstuift in zijn
hoogmoed, of met nijd en afgunst tegen der
is
zijn
drift,
toegeeft aan zijn
broeder bezield
is,
valt on-
oordeel van te leven naar het vleesch, en uit het vleesch
Dat
in de verzoeking de prikkel
om
tot
zonde over
te
gaan
ook uit ons „vleesch" opwerkt, wil dus zeggen, dat de wortel der zonde, dien we in ons hart omdragen, gedurig trekt en neigt,
om
ons in zonde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's