Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 131

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. VII. HOOFDSTUK

125

II.

TWEEDE HOOFDSTUK. Want

genade

uit

zijt gij

geloof; en dat niet uit u

;

geworden, door het

zalig

het

is

Gods gave. Eph. 2

Vooral

de

op

Het geloof

geven.

één

het het

nu eenmaal de

is

geestelijke

en

die de ziel der

onzer belijdenis; al wie het ware geloof heeft,

al

nog buiten de zaak; en zoo kan het

mist, staat

aan een gezonde verklaring van wat het geloof der

schalm

aan de zaligheid verbindt; rechtvaardiging door het geloof

uitverkorenen

die

zaligmakende geloof bestaat,

ware,

het

8.

een Christeumensch een duidelijk en zuiver antwoord te kunnen

behoort

is

waarin

vraag,

:

predicatie,

omgekeerd

terwijl

er;

alle

gezondheid

dusgenaamde „Evangelieverkon-

eene

diging" die op het stuk van het geloof

hangt

is,

is

niet anders, of

gaat, op den

feil

duur niet anders

kan dan de zielen verleiden.

Onze Catechismus wijdt aan deze zaak dan ook een afzonderlijk onderzoek

en

op

geeft

geloof?" dit

vraag:

de

„Wat

een oprecht

is

(d.

i.

echt of waar)

wel ineengeschikte en breedvoerige antwoord:

„Een oprecht geloof

niet alleen een zeker weten o/" fewn?s,

is

God

voor waarachtig houd, wat ons

waardoor

Woord geopenbaard

ik het

al

heeft;

maar ook een zeker vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door

het

Evangelie

geschonken

dat

werkt,

hart

maar ook

niet alleen anderen,

der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van

vergeving

mij,

mijn

in

in zijn

is,

genade,

loutere

uit

alleen

om

der

verdienste

God

Christi

wille."

Om

nu

dit

dat

men van

dat

oog

antwoord wel

heb

vermogen

ook

geloof ik

in

te

doorgronden, behoort de lezer op te merken,

tweeërlei

het vermogen

blijf

vermogen

niet.

met het

kan spreken. Ik heb een oog. In

kunnen

zien.

Maar

ik toen ziende was.

maar doordien

Evenzoo

is

niet later pas het oog in.

wicht

te

bezit

het

bij

Het oog

de

oogschellen

terwijl ik dat

kan

bezitten terwijl ik neerlig en slaap,

uren slaaps toch niet zeggen, dat gezichtsiYcmof/cK,

zin

om

ik

van mijn

Ik behield wel het

werkte dat

toevielen,

een pasgeboren kind. In dat kind komt is

er

van meet

af,

en dus

is

zulk een

van het gezichtsvermogen geboren. En toch, ook

al

heeft het een oog, en al bezit het dat gQZ\(i\A?,vermogen, toch werkt het

de eerste uren van

zijn leven niet.

W^el

terdege moet

ik het

vermogen heb,

Het wicht

ziet niets.

men dus onderscheid maken tusschen om te hooren, te zien, te proeven, te

de vraag, of spreken, enz..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's