E voto Dordraceno - pagina 450
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVII. HOOFDSTUK
452
om
ons niet betaamde,
II.
ook op het erf der kunst, dat genie en dat talent
en die wereld van het schoon e als een gane Gods,
almacht en wijs bestel
zijn
Zelfs op het rijke veld
De
ligheid over.
men
acht
belangrijk,
het
niet
historie buiten
en
alles zijn beleid
in
gebeurtenissen
den," maar die
wordt verwaarloosd; alsof
ligt,
Gods raad en
bestel omging, en alsof
voorzienigheid was, die het lot der
een kring vaak
in zulk
om ons heen ons niet aangingen. Alles men niet weet te verstaan. Sommigen
hun eigen leven
toe,
en houden zich ja wel op
bij
de leiding van
en
werk,
komt
allerergste, en
in
dit uiterste intreden,
genade een
hun
en voor
mystiek
u
bestaan
tij-
dit zelfs
het werk Gods in
ken Gods, waarin
dit niet mis.
zijn
Naam
ping en der Historie zouden
op
hun
geestelijke
Historie,
moeten
om
om
ook
de
glans
verstaan
om
alleen de werken
te
aanschouwen.
Zelfs
Psalm XIX zoo krachtig
die
van de zon
uitstraalt,
aller
werken Gods verklaring
is,
zij
blijft
't
te prediken,
eeren moeten. Niet alsof
we
uit
Hoe schoon toch
hart bekeert."
En
om
De
wie er geen
Gods werken en
staan in den voorhof,
der heiligen niet door.
einde der vorige eeuw ingang vond,
oogenblik ge-
„des Heeren wet nochtans
heeft hoe de Christus het middelpunt van al
vogels
Beide
geschiedt, de geestelijke stellen.
voor
de
Duidelijk
van de Schepping
mag geen
oog
en
niet.
de werken der Schepping en der
volmaakter glans, dewijl
Heilige
hoe heel
de werken der Schep-
In het minst
zijn.
verspreidt
het
zie
toch niet zoo, alsof onder de wer-
is
hoogcr in orde en in waarde te
zij,
den grond
en geven eerst in die saamverbinding de volheid
gelijk dit in als
Het
maar evenmin
saamgenomen,
werken Gods
in
is
waartegen we niet genoeg op
ziel,
de geestelijke werken buiten te laten liggen.
van de heerlijkheid Gods aarzeld,
ook soms
geestelijk is en de
Dit nu
klaarlijk schijnt, alleen
te
zeker het
is
men
op de werken Gods voorgaat.
genadewerken,
Historie uit te sluiten;
de
der
ziet
„In al uwe werken," dus geen uitgezonderd. Niet
zegt onze Catechismus:
de
Dit laatste
maar toch
;
Lees heel de Schrift maar, en
juist in dat wijzen
Toch versta men
men
„teekenen der
passen
werk Gods, dat niet
alle
kunnen wezen.
hoede
die Schrift
enkel
levenslot bestaat.
den regel niet voor
toebrengt, gaat het oog ten leste dicht.
Doopersch,
onze
tot
alsof de
leeft,
maar hebben geen oog voor het verband dat tusschen dat inwendig
ziel,
en
zijn
men
volken bepaalde. Vandaar dat
die schuldige onverschil-
en van onzen opstand tegen Spanje,
ja,
maar wat daarbuiten
dan eenig deel der
er
men
der historie brengt
van Israël
historie
een gewrocht van
als
te eeren.
maar
dringt
soort prediking, die aan het
altoos over de sterren en de bloe-
onteerde dien God, dien al zijn werken
de prediking die heerlijkheid Gods in de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's