E voto Dordraceno - pagina 472
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
472
men aan den
als
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
Woords
geheel
een
eigenlijk
onder
die
komt
toch
van den Christus onder
dan ja ook enkelen nederzaten,
maar zonder
en tollenaren op één
er in te zijn; en misschien ook zeer
lijn
ware
te
met heidenen
stellen.
nu de waarheid weer op het spoor
ten deze
die dichtbij
kinderen Gods er in waren; maar dan toch altoos met
als
dien verstande, dat het grootc kerkelijke publiek als zoodanig
Om
zelfs heel
het zich voor, alsof de Dienst
aankondiging
soort
wie
het Koninkrijk stonden, enkelen,
men
van nature doode en met heidenen gelijkstaande personen
wilde,
Personen,
ware.
Dan
Dienst des Woords toekomt.
deze quaestie niet te berde, en eer stelt
des
XI.
te
komen, moet terug-
gegaan naar de belijdenis van onzen Catechismus, dat de Dienst van het
Woord
en
Dienst van het Sacrament beide genademiddelen
de
zijn,
en
dat de heilige Doop met het heilig Avondmaal, als zijnde beide Sacramenten,
onder
zelfden regel valt. Natuurlijk bestaat er verschil tusschen de
één
wijze van bediening, en dus ook onderscheid in de toepassing van dezen regel
maar
;
Heilige
der
regel
hoofdzaak dient toch vastgehouden aan den onomstootelijken
in
God
dat
Schrift,
zijn
genademiddelen voor
zijn
uit-
verkorenen heeft ingesteld, en dat dit dus doorgaat voor het Woord, den
Doop en het Avondmaal. En wel doorgaat voor het Woord, den Doop en het Avondmaal, eenvoudig omdat het doorgaat voor de zending van den Christus
Hij
zelven.
Doop
Woord,
hem brengen
is
genademiddel, en
het
Avondmaal
of
zijn niets
en tot inhoud hebben.
En
alle
genademiddelen van
hem
dan door staat het
nu
en voorzoover ze vast, dat de gifte
des Zoons een gave der genade voor Gods uitverkorenen
mag
ooit anders over geoordeeld, of
er
Woord en
aldoor zijn
eeuwigen leven
prediking
God
tenzij
ooit
één
enkele
ziel
hij
door zijn
ten leven zou kunnen brengen,
die dus bij
den Dienst des Woords op
anders dan op die onderstelling van uitverkiezing zijn oproeping en
iets
vermaan wilde gronden, zou strop
om
En van
die
het
door
door
zich zelven en zijn gehoor den
Arminiaanschen
den hals halen.
geheel ditzelfde geldt nu ook van het heihg Sacrament.
naar,
of
doet ook nu nog
zijn uitverkorenen ten
W^oords, die zich ging inbeelden, dat
had verkoren, en
ze
om
dan kan noch
vergaderen.
te
Een Bedienaar des roerende
God de Heere
Sacrament bedienen,
zijn
is,
heilige
dat
God
te zijn
bij
het toedienen van den heiligen Doop, of
niet
Avondmaal
Avondmaal
Een Bedie-
het uitreiken
zich ooit inbeeldde, dat hij door dien
ooit
Doop
het geloof kon sterken van personen, die
waren uitverkoren, zou ophouden een Dienaar van Christus
en zich boven
betuigde:
bij
„Niemand
zijn
Heiland
stellen.
Waar
toch de Middelaar zelf
kan
tot mij
komen,
tenzij
de Vader
hem
trekke",
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's