E voto Dordraceno - pagina 290
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVb. hoofdstuk
292
Hem
II.
aan te bieden. Hij weet zeer wel „dat we (naar luid van Eph.
die
II: 10) geschapen zijn in Christus Jezus tot goede yferken, die
hereid
den
opdat
heeft,
gedacht
Chri.stus
is
den dood. En
in
oogeublik denkt dat de Christus wegviel, zou bet in het
op
ge u een
als
hart.
van
worden,
zou
Gods
al
weer stikdonkere nacht en niets dan dikke duisternis
eens
kamers
Juist evenzoo als het in heel een stad plotseling in alle huizen en
zijn.
nacht
twor-
noch moed, noch hope, noch toevoorzicht. Voor
wat onszelven aangaat, liggen we midden
kinderen
God
daarin wandelen zouden." In hemzelven, buiten
wij
als
opeens
bron waaruit gas in de stad
de
vloeit,
werd afgesneden.
Men
doet Gods heiligen dan ook onrecht aan, als
tegendeel
hiervan
Want
toedicht.
bewuste heiligen,
a.
b.
ia onze goede, ja in onze beste
gedurig ook in onze heilignaaking. Zoo verdorven
onze toestand op aarde, en zoo bedoezeld
kunnen aanraken,
of
zijn
we maken er een smet
aan.
van hun hart
Gaaf wordt ook van hun stam
loert.
van
aflaten
de
kinderen
worden,
levende
verheerlijkt,
offeranden,
Edoch,
en
dat
blijft
Gode
Hem
niet één enkele vrucht
Gods
in
in genade, dat bloeien in
iets.,
maar toch
alsof
dien hoofde als zelfbedrog op
ze reeds bijna
bereikbaar
een zoo
blijft,
beginsel., uit,
om
is
zij
zijn,
en
toegezegd.
wasdom
goede werken,
is
en
„/i/wh èé-^/'w^rf" van de gehoorzaam-
slechts een fcZew iets, aan
waren zooals ze in den hemel
en
opzet
is
men soms
waren geko-
alsof een broeder of zuster hier op aarde reeds zoover
uit
dan
aangenaam
Christus
heiligen geroepen zijn. Elke voorstelling, die
men, dat er ja nog
aarde
zich in zijn
het punt, waarop het hier nu aankomt, die
toeneming
niet
opgaat.
hier op aarde altoos slechts een
heid, waartoe heeft,
is
geestelijke
hebben toegegeven, moogt ge toch
Offeranden, waaraan uit genade loon voor eeuwig
in Christus, die
;
en dat er nog steeds offeranden gebracht
die
reuke voor
lieflijke
werken
nu eenmaal
vromen zoo voor de deur
God de Heere ook nu nog
dat
belijdenis,
geliefde
waaruit een
die juist bij deze heiliger
dit alles te
is
Vandaar dat
is,
Maar ook na
te
onze handen, dat we niets
hoogmoed de zonde
geplukt.
dat dit
zij,
er onder de
zijn
van Christelijk geloof niet streng vasthouden.
c.
Zonde mengt zich ongetwijfeld ook vloeit
gedurig het
onder de bekeerden, althans ten onzent, bijna geen
d.i.
vinden, die dit eerste
zonde
hoe noodzakelijk het ook
weer gepredikt en ingeprent worde, toch
gedurig
alles
men hun
hen ontbrak,
zijn zullen,
moet
geworpen. Het hoogste wat hier op
nog nooit meer dan „klein beginsel."
Niets
en dat beginsel klein. Dit drukt de Catechismus met
hiermee allen hoogmoed terneder
heiligen voor alle zelfinbeelding te behoeden.
te
slaan, en
De Catechismus
is
Gods
zoo heilig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's