E voto Dordraceno - pagina 267
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK U.
261
schen zegen in het land „van melk en honig overvloeiende." Zegt ge uu
woneu
het
dat
in
land
van melk en honig was dan ook de eigenlijke
waarmee God de gerechtigheid van
zegen,
Israël zelfs verre
kroonde,
zijn volk
— dan staat
beneden menig heidensch volk; want onder de heiden-
sche volken wierd veelszins op vergelding na den dood en op een hooger
Op die manier snijdt men de zenuw van men het Oude Testament verachtelijk.
goed dan „melk en honig" gezien. heel de openbaring door en maakt
Erkent
men
daarentegen, dat dit alles slechts sacramenteel en typisch was
Dan
zoo gaat er op eenmaal een heerlijk licht op. alles
voor de kerk des
was,
waarin
Ouden Verbonds
naam
slechts een spiegel en afschaduwing
de verkorenen des Heeren een beeld zagen van het hemel-
En
sche en toekomende geestelijke goed.
een
zoo opgevat, droeg Jezus dus niet
dien toevalligerwijs ook .Tozua, de zoon van Nun, en Jozua de
hoogepriester, in Zacharia's dagen gedragen had,
deze
mannen hun naam,
beide
naar waarheid dien
als
naam dragen
den
nog
vijand
Jozua,
spiegelbeeld
van zonde
De
de
was,
Hem,
En
kou.
nu
overmits
in
die alleen
en
Jozua de ver-
alleen krijgsman en geweldig
hij
wordt naast Jozua, den zoon van Nun, nu ook
hoogepriester,
geplaatst.
Verlosser,
volledig:
maar droegen omgekeerd
spiegelbeeld van
zoeningsidée was weggebleven, doordien
tegen
toch merkt ge dat dit
Eerst
Zaligmaker;
zoo
wierd
typisch
het
maar ook Zaligmaker
ja,
*).
beteekenis van dezen
naam
Jezus staat door de steUigo verklaring
van den engel vast: „Gij zult zijnen naam noemen Je^ws, tfaw^/ii^saZzyM volk zaligmaken van hunne zonde." Hier
en niets dan
naam sen,
dit ligt in
dezen
die eenvoudig doelt op
:
naam
getornd. Dit, dit alles in.
Het
is
niet een
gelukkig maken, maar zeer stellig op verlos-
want het wortelwoord duidt zeer
die in
mag niet aan
dien Jezus draagt
benauwdheid of in banden
ligt.
stellig
En
op het verlossen van iemand,
ook het duidt niet op
:
verlos-
sen van min blijde omstandigheden, maar zeer bepaald op verlossen van zonde.
')
Want
wel
ligt
dit niet in
maar het
ligt
Over de afleiding van den naam „Jezus" kan hier niet breed worden gehandeld. Van ouds-
her bestond hier tweeërlei gevoelen over. af
het Hebreeuwsche woord,
van Jehovah en
De ééne reeks geleerden namelijk
Jascha', en vindt er de beteekenis in van:
God
is
leidde dezen
naam
redder; terwyl anderenen
met name onze Gereformeerde godgeleerden, liefst niet den naam van Jehovah hierin lazen, en aan een ouden hiphü-vorm van Jascha' of Wascha dachten. Dit verschil blijve hier onbeslist. Slechts zij opgemerkt dat de overgang in de uitspraak van Jozi(a op Jezus verklaard kan worden uit tweeërlei afkorting van den naam Jehovah, t. w. Jo' en JdhoSJéh. Het pogen onzer oude Gereformeerde taaikenners vloeide voort uit de zucht, bil
Matth. 1:21.
om
zoo mogeiyk te blijven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's