E voto Dordraceno - pagina 152
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLI. HOOFDSTUK IV.
154
van
levensbesef
ons
Christelijk
Europa maakt,
voor geen gering deel
is
En
deze onverbiddelijke gestrengheid te verklaren.
uit
ook thans weer voor en tegen het huwelijk in alle lande ge-
die
strijd,
den machtigen
in
streden wordt,
het geen
lijdt
of wij verdedigen
twijfel,
met de Roomsch-
Katholieken een gemeenschappelijk pand.
men
Hieruit leide
canonieke
recht
saam moesten waren
nam men
Zoo
was geweest en
gissing
B.v.
wen. Dit
dan
maar
om
het beginsel in zoo volstrekten
zm
de
toevlucht tot allerlei uitwegen.
Er kon
door
iets
dat
huwelijk,
huwelijk
het
of
wierd
slechts
werd, dat het huwelijk een ver-
zich
wel geheel voldongen was geweest.
Zoo
Voorts moet
wat op een huwelijk
niet
eigenlijk huwelijk ontbonden,
geen
leek.
Van
nu was
dien aard
op volkomen wijze sacramenteel bevestigd was.
elk B.v.
men gemengd
ten deele ook huwelijken die
;
of ook als de sacramenteele actie niet volledig
;
zijn
men
echtscheiding
huwelijken met ongedoopten
noemt
verklaard
te laten
er dus eigenlijk nooit een huwelijk bestaan had.
wat gehuwden aan elkander ontkomen.
afvragen,
niet,
aan hun dood toe
zich natuurlijk breed uitmeten, en er zijn door dit hulpmid-
liet
heel
ook
tot
moeielijkheden van het practische leven
twee personen gehuwd waren, die niet saam hadden mogen hu-
als
del
dat onder de vigueur van het Roomsch-
gehuwd waren,
De
waarbij
huwelijksvernietiging,
af,
eens
die
allen,
blijven leven.
overweldigend,
te
gelden.
echter niet
was geweest. Ook
kon een enkel maal dispensatie helpen. Maar wat meer nog afdeed Echt:
scheiding greep, zoo zei men, eerst dan ten volle plaats, als de geschei-
denen
elk voor zich
weer een ander huwelijk konden aangaan.
dus nog geen echtscheiding, zoo tot
scheiding tusschen tafel en bed
daar
scheiding, c.
Maar
of voor altoos zijn.
tijdelijk
en
men man
q.
men
elkaar
nog
liet
liet
Het was gaan, en
Deze separatie kon dan
komen.
geen geval was dat wezenlijk echt-
in in
en vrouw uiteen
den weg stond voor nieuw huwelijk,
weer saam kon gaan wonen.
Toch lag
in
dit
alles
niets
dan een poging,
om
het ideaal hoog te
houden, en nochtans door de branding van de practijk behouden door te
komen. Het was, helaas, eenmaal een het beloofde, niet was wat het scheen goddelijke beloften in zich droeg,
Gods
gave
het huwelijk.
buiten
van
bedierven
door
Een huwen,
eer
God den Heere. Niet
het
feit, ;
dat het huwelijk niet gaf wat
niet
omdat het huwelijk
maar overmits
onze zonden.
wij
niet rijke,
menschen de
heilige
Een onbezonnen aangaan van
men recht weet wat men doet. Een huwen om elkaar naar ziel en lichaam in de eenheid
Goddelijk scheppingsmysterie te bezitten;
bezitten óf naar het vleesch, óf naar den geest
maar om elkander
alleen, of
ook
om wat
te
aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's