E voto Dordraceno - pagina 396
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
390
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
men
Liefst denkt
daar dan niet over, en laat het
Maar hoe
onze zonde aan het hout draagt.
wanneer
En
Onze zonden
bij
ze droeg, daar geeft
hij
kan
toch, daarbij
men
men
niet blijven staan.
een vervoerbaar pak, dat tot op Gethsémané ergens
zijn niet als
hem
rusten kon, en dat toen door het
kwam,
die zonde op Christus
nam, en op wat wijs
ze op zich
hij
geen rekenschap van.
zich
het duister liggen, en
in
dat de Christus op Golgotha dan toch metterdaad
mee,
zich
er
troost
I.
Gethsémané op
in
genomen
zich
is,
om
sterven weer af te leggen.
zijn
Men kan
uitwendig
niet
dit
noch physisch
En
opvatten.
het moet
derhalve klaar en duidelijk voor ons bewustzijn zijn uitgemaakt, wat met dit
dragen
op
dit
van onze zonden
punt
ge
blijft
dragen van onze schuld pas u
donkerheid
deze
in
Vraag 36,
Vraag
en
En
bedoeld.
nu
dit
ziet
bij
Gethsémané
eerst dan, als ge
en
geboorte,
laat beginnen
ge
gevoelt
alle
Gods
dat
taal,
ontleend
aanvang reeds
zijn
blijkens
nemen,
laat
in
van
zijn
leven.
mechanische, uitwendige voorstelling moet
de zonde der wereld wegneemt,
aan
Ook
den
die
En
zinnebeeldig.
en licht daagt
dienovereenkomstig dan ook, blijkens
onze zonden op het hout" en wat dies meer
wezenlijke.
en
in,
Al het spreken der Heilige Schrift van een „dragen van
afgelegd.
hier
toch,
;
met den Catechismus,
37, zijn lijden reeds laat beginnen hij het begin
Dit
ge nooit
haperen, zoolang ge Jezus' lijden en het
dragen van onze schuld
het
ontvangenis
zijn
is
altoos
offerdienst.
offerdienst
op
is
Maar zich
met name van een
zij,
figuurlijke, overdrachtelijke
niet
zelf
offerdienst
die
was
is
het
slechts figuurlijk en
wezenlijke was alleen het beslotene in
het
Lam
Gods raad,
dat door dien offerdienst wierd afgebeeld.
Om die
van
zich
ons
dragen onzer zonde, en dientengevolge van de striemen
dit
genezing
aanbrachten, een klare voorstelling
moet ge dus terstond het oog op God den Heere wat in heel deze zaak van
En dan
's
Heeren wege geschiedt.
staat,
noch van een
volge van Gods rekening en Gods
Denk u
kan
zijn,
dan enkel tenge-
de
vieg,
en er
geen overtreding en geen schuld en geen vonnis en geen
meer. Alles
de wet en
lijden sprake
doen.
een land de Overheid en de wet en den rechter
in
in dat land
straf
kunnen maken,
sta op den voorgrond, dat er noch van schuld, noch van zonde,
noch van een
is
te
richten, en u afvragen
is
er
rechter,
om
het even.
dan
wordt
Maar zoodra er
overtreding
de Overheid
komt en
aangebracht, schuld
afgewogen, vonnis geveld en straf toegewezen.
Schuld heeft,
is
maar
dus niet
iets,
dat in de lucht hangt of op zich zelf wezenheid
alleen geboren uit de rekening en het oordeel Gods.
Uw schuld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's