Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 240

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 240

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. X. HOOFDSTUK IV.

234

En

bestendigen wil ten opzichte van de natuur.

in die natuur is er geen

oogenblik en in die natuur werkt geen oogenblik een enkele kracht, en die volgt geen oogenblik haar vaste richting, dan alleen en eeniglijk,

kracht

omdat God de Heere op dat houdt,

almogend

zelfde oogenblik die natuur

mogendheid

zijn

werken

heden

én

gisteren

den

haar

in

doet

werken naar

en

doet,

die

in stand

mogendheid én

voorgenomen en vastgestel-

zijn

wil.

En

dat dit nu zoo

daar niets van ons

het

waar. Hij weegt, meet, past, en constateert

zich bestendig deze en die kracht op deze en die wijze in openbaart.

kan

nimmer is

bij

dat waar zekere stof in zekere omstandigheden verkeert, er

feit,

verder

weet

Woord.

geopenbaard heeft in zijn

het ons

De natuurkundige neemt nu

die

;

altemaal gissen; maar dit alles weten we nu eeniglijk en

omdat God

alleenlijk

niet de natuurkundige ons leeren

en kunnen we ook niet uit ons zelven opmaken, want

;

dit

blijft

kan

is,

En

vaststellen.

wat

al

Maar

de grenzen tusschen stof en kracht kan

Zelfs

niet.

hij

hij,

bij

hij

dieper nadenken, constateeren kan,

dat de oorzaak waardoor dit alles alzoo en niet anders toegaat, uit de

natuur zelve niet kan worden verklaard, en derhalve

hem

vraagteeken voor

Maar ik

nu Gods Woord

sla ik

voor

Schepper van de Natuur

wat van

geleefd

nu zou

dan wordt

is,

Jood

had van een manna, dat

er een tijd

malen,

van

komen, dat

dagelijks uit den

dit ophield,

het

uit

hemel

maaien,

zijn

molen zou het

met de natuur

strekt

want zegt

hij:

God om

hem, buiten God om,

uit

het gebakken brood

zegt en betuigt de gezant des Heeren, zou een vol-

inbeelding en een loochening van Gods mogendheid zijn „Gij zult in

Heere, dat Hij het wij

gespijsd

inbeelden, dat die kracht in zijn akker buiten

mijner kracht heeft mij

wat

hij

dat deze

dit nu,

onware

komen

te

te ontstaan,

school, en dat die voeding

toekwam. En

Doch

deeg zou brood worden gebakken, en de voldane

dat brood leven. Hij zou dus nu voortaan

ging

viel.

en dan zou de Jood als boer

hij

worden. Hierdoor echter zou nu het gevaar zich

En

We lezen daar

18?

doen hebben, met haar krachten, met haar wetten, en zoo zou

Jood

toch heb

en die er mij dus alles van kan zeggen.

mij dan bv. in Deut. VIII: 17 en

akker gaan bebouwen, het koren zou

koren

Dan

dit anders.

dat het eenige jaren lang zonder akkers en zonder bakkers-

Israël,

oven

zijn

God

leert die

op,

openbaring van dienzelfden God, die tevens Maker en

een

mij

een onbeantwoord

als

staan.

blijft

is,

dit

uw

hart n«rf zeggen

:

mtJMe hand en de sterkte

vermogen verkregen, maar

die u kracht geeft

om vermogen

zegen noemen. Zegen, niet als

iets

gij

zult

gedenken den

te verkrijgen.^'

wat er nu nog

bij

Derhalve

moet komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 240

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's