E voto Dordraceno - pagina 269
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK
beschaving
leerde
en
opgekomen onder
is
is
;
onherroepelijlv als een
zocht,
en dat het leven der kerk weer telkens
„kinderkens" en die „ellendigen" die
die
bij
Geestes-
zelven als verlorene en doemwaardige, ja doemschuldige, zon-
zich
licht
bespiegeling
fraaie
doodgeloopen stroom verzand
263
II.
daren, leerden bekennen.
uw
van
naam van Jezus
dus de
Feitelijk breekt
inbeelding
hoogheid
en
door al de opgezette schermen
en werpt u
heen,
als
zondaar in het
uw
borst indringt,
stof neder.
naam „Jezus" is gewelven van uw
Die in de
hart,
uw
uws levens opzoekt, en
wortel
wezen
kankerd zoo
een ontzaglijke macht die in
u
aan
uws levens u
zelven ontdekt.
naam
Zijn
als
een ver-
zou geen Jezus
zijn,
zondehederf onder het schoone kleed van uw menschelijk
geen
er
conscientie, en door die conscientie den
in dien wortel
En daarom
zelfbehagen school.
naam Jezus
rukte zijn
dat schoone kleed
om
weg, en laat u zien wat er onder schuilt, en zegt u dat Jezus komt, in u zich bezig te houden.
met dat diepe zielsbederf ook
hij
Maar dat andere
heerlijkheid.
vat is
die
uitsluitend
aan
Hem
is
uiv hart.
met Jezus
heeft dan ook niets
Daar
het uitgangspunt niet.
u en met u in aanraking brengt
tot
wonde van
bloedende
diepe,
die
wil,
Dat
vol^t.
Hij zegt niet, dat
Eer omstuwt hem de
in uitwendigen zin.
u niet aan. Hetgeen wat
hij
niet
aanbrengt
heil
niet
maken.
te
geheel buiten hem. Voor dien bestaat er geen Jezus,
En
d.
i.
wie daar
Die staat
één die zalig
maakt van zonde. Vat Al al
dit diep.
uw
uw
ning
van dien
zingen
naam,
lieflijken
van dien Eénige, zoolang ge niet
Jezus,
d.
als
i.
de losser van
uw
en
gaat,
droeve
het
is
Jezus
persoon uit
Vandaar dan ook de diepe scheur, Christus
als
uw
nog
niets
hem
dwepen met hem, spreken buiten
Daar
maar
;
allerlei
zijn
ze
genadeleven.
vervreemd
boeiend
het
aanprijzing zelfs
En
zoo
zijn.
o,
daar
van
het
Maar
komt het
dan,
dat
wordt, o,
Ja.
genadeleven
liefde in edeler zin. in.
verkondigd
van
is
Dat
niet.
om. o,
alle
lief,
en verrukkend schoon kunnen ze over
overvloeiende
bewondering voor Jezus,
letterlijk
Ze hebben den Heiland
ze
hem Niet
Neen.
ze raken zelfs niet aan het 's
Heeren volk het ook onder
een prediking van dien aard niet kan uithouden.
wat u
van den
onder de belijders een zoo
ge
buiten
uw
aanroept, als
die thans door de belijders
dat
feit
altemaal
gaat
dan verlooche-
zonde.
breeden stroom vindt van mannen en van vrouwen, die eigenlijke genadeleven
wolken ruischt,
die langs de
dwepen met dien beminnelijken Heiland,
Want
hoor maar, alles
fraai en boeiend gezegd, tintelt van
Alleen
maar het
is
niet
van Jezus, niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's