E voto Dordraceno - pagina 357
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND.
van
de 6de Zitting aldus: „Vervloekt
elk
berouwhebbend
om
doem
noch in
zij,
Canon XXXI: „Vervloekt zondigt,
zoo
noch
dit leven
werken
van
zij
een
hem
in het toekomstige vagevuur,
„Vervloekt
:
doet
een
zij
hemelen ontsloten
met het oog op het eeuwig
iegelijk,
die leert, dat de
gerechtvaardigde in zulk een zin gaven Gods
den
zien."
te
die leert, dat een gerechtvaar-
iegelijk,
werken
goede
hij
Canon XXXLl
leven."
aan
der eeuwige straf op zulk een wijze kwijtge-
zich den toegang tot het koninkrijk der
digde
die leert, dat
dat er geen kwijting van tijdelijke straffen meer door
zij,
volbrengen
te
iegelijk,
zondaar, die de genade der rechtvaardigmaking ont-
ving, de schuld en de
scholden
een
zij
357
I.
goede
zijn,
dat
ze niet tevens goede verdiensten zijn, die den gerechtvaardigde ten goede
komen
of ook dat een gerechtvaardigde door zijn goede werken, die hij
;
volbrengt door de genade Gods en de verdienste van Jezus Christus, wiens
levend
lid
hij
hem
niet wezenlijk voor
is,
verdienen eene vermeerdering
van genade, het eeuwige
leven, en, zoo hij in genade sterft, de verwerving
van
en
eeuwig
dit
leven
En Canon XXXTTT Catholieke
leer,
van
ons
aan
Heere,
en
geloof
vermeerdering
een
zij
iegelijk,
die thans door het Concilie
gelijk
ook maar eenigszins Christus onzen
„Vervloekt
:
een
ook
de
de
eere
van
heerlijkheid."
die leert, dat door deze
van Trente
is
uitgedrukt,
Gods of aan de verdienste van Jezus
wordt tekort gedaan, en niet veeleer de waarheid eere
van
God en
Christus
Jezus wordt opge-
luisterd."
Wie nu
sterk tegenover
Rome
wil staan, beginne niet
den ernst dezer welge wikte formuleeringen in de aangehaalde Canones, die
te
met aanstonds
verdenken. Metterdaad spreekt
we volledigheidshalve aan den voet van deze
bladzijde in het oorspronkelijk Latijn geven ), een ernstige poging, uiterst
om
een
moeilijk en ingewikkeld vraagstuk zóó op te lossen, dat de beide
XXX.
post acceptam justiflcationis gratiam cuilibet peccatori poenitenti ita culreatum aeteruae poenae deleri dixerit: ut nullus remaneat reatus poenae tem poralis exsolvendae, vel in hoc saeculo, vel in future in purgatorio, antequam ad regna caelorum aditas patere possit; anathema sit. ')
pam
Si quis
remitti, et
XXXI. anathema
XXXn.
Si quis dixerit, justiflcatum peccare,
dum
intuitu aeternae mercedis bene operatur-
sit.
Si
bona ipsius
quis dixerit, hominis justificati bona opera ita esse dona Dei, ut justificati
non
sint etiam
merita; aut ipsum justiücatum bonis operibus, quae ab eo per Dei
vivummembrumest, flunt, nou veremereriaugmentum vitam aeternam, et ipsius vitae aeternae, si tarnen in gratia decesserit, consecutionem, atque etiam gloriae augmentura; anathema sit. XXXIII. Si quis dixerit, per hanc doctrinam catholicam de Justificatione a sancta synode hoc praesenti decreto expressam, aliqua ex parte gloriae Dei, vel meritis Jesu Christi, Domini gratiam, et Jesu Christi meritum, cujus gratiae,
nostri derogari, illustrari;
et
anathema
non potius veritatem sit.
fidei
nostrae, Dei denique, ac Christi Jesu gloriam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's