E voto Dordraceno - pagina 363
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND.
mianisme
363
II.
de ware eerbiedenisse van Gods majesteit.
is
mensch, maar
verantwoordelijk
zedelijk
XXIV. HOOFDSTUK
Ge
dan geen
zijt
een plant, waarin de natuur
als
de sappen opstuwt, en waaraan de bloemen toch uitbotten en de vruchten toch
schitteren
Ge
beletten.
ook
zullen,
Ge ondergaat dan
een natuurproces om.
in
omwoelt ge
al
die plant
om
vernietigt dan het zedelijk leven en zet het
uw
de genade
maar
haar groei
te
werk der genade
mét uw bewustzijn
of
zonder
gij
u in dat genadewerk niet inmengen. Ge kunt het noch bederven noch
bewustzijn, dat doet er niet toe
Wat
bevorderen.
;
in elk geval
doet of niet doet, het gaat toch door of niet door,
ge
werking van Gods almacht zonder u er persoonlijk in
gelijk de
goed vond.
En
het consequentst
jaren
nu
atheïst
een
kunt
zijt
te
mengen,
zoo ge leeraart, wat voor eenige
ge,
geworden dweper
in een
onzer groote steden ver-
kondigde, dat ge u ook niet bekeeren moet, en ook niet te gelooven hebt,
want
ook dit
dat
uw
heil
aan
te
eeniglijk
stellen,
buiten u voor u volbracht
alles
is
;
—
niets doeji, niets gelooven, niets
ligt in
van
als wist ge
kortom dat
al
werken, en u
niets.
TWEEDE HOOFDSTUK. Waut
het
ia
God, die in u werlct beide het willen
eu het werken, naar
zijn
welbehagen. Filipp. 2
Beide klippen, zoo die van het Semi-Pelagianisme mianisme,
als
13.
van het Antino-
van den Calvinist door de Verbondsleer.
ontzeilt de belijdenis
Wat
toch
ligt?
Deze immers, dat het recht op loon den mensch, zoo
de diepste gedachte, die aan het Werkverbond ten grondslag
is
volbrengt,
:
toekomt
niet
onderworpen zou
krachtens
een
ordinantie,
hij
waaraan
maar ingevolge een Verbondsbepaling,
zijn,
Gods wet
God
die
zelf
God de
Heere eigener beweging heeft vastgesteld. Trek
van
de
de
ik
lijn
verdienste
mensch ten
einde
van
onze zedelijke verantwoordelijkheid, en dus ook
en
van
toe
als
het
loon,
eischer
heeft dan de wet volbracht; hierdoor
en
die
verdienste
Heere den mensch blijft
God
Aldoor
dus, het
blijven
heeft
recht
dit loon zij
met
ten einde toe door, dan
tegen is
God
niet
naar
overstaan. Hij, mensch,
tot
God de
zijn verdienste heeft uitbetaald,
allen eerbied gesproken,
God en mensch
de
zóó en zooveel verdienste ontstaan;
op zoo en zooveel loon. Zoolang
nog
blijft
's
menschen schuldenaar.
den einde toe dualistisch tegenover
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's