E voto Dordraceno - pagina 288
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVb. HOOFDSTUK
290
II.
poging, indien ze haar evenwicht verliest, in het tegenovergestelde uiterste
volkomen
de
overslaat;
wedergeborene
daarom
ook van den
onvruchtbaarheid
en
lijdelijkheid
zoodanig predikt; en ahoo antinomianisme wordt. Juist
als
het dan ook zoo uitnemend, dat onze Catechismus met die ééne
is
van
uitdrukking
„de allerheiligst en" geheel deze voorstelling uiteenslaat,
en zoo duidelijk mogelijk belijdt en uitspreekt, dat het geloof wel terdege
een kiem
die ontluikt, ontluikt in heiliger zin en in heiliger leven
is,
deze ontluiking niet alleenlijk
den
maar ook
ander,
den één verder
bij
is
;
en dat
voortgeschreden dan
den één een krachtiger verloop neemt dan
bij
bij bij
andere kinderen Gods.
De
drukt
ervaring
en
wilt,
zegel.
Het
een ernstiger, teederder en heiliger indruk
vrucht
wordt gemist.
Geestes
des
elke
gelijk
Paulus die opsomt,
zijn
maar van de werken des zoo weinig.
o,
gewone optreden en
in wier
bijna
vaak maar
Geestes,
Wel
iets.
wijze van doen zoo
De werken
des vleesches,
duidelijk in
hen openbaar,
al te
die de apostel hier tegenover stelt, o,
Gewisselijk, als ge den tak afpelt,
de bast nog groen. Ook bot er hier en daar nog wel
zoo bitter weinig, zoo onbeduidend en schraal.
antiuomiaan dorheid
is,
schaamt zich hier niet
voor
niet
vinden het
en
nog
dat
op,
Ten
leste
geloof
hun
zelf
achten
om
ze
zijn
strijd te
strijden en
lijnrecht
en
danken van
tegenover
teeder
voor
kunnen,
als
een
rondziet,
deren heid
den loop
al
er zich
hun eigen
wat anderen
te voleinden, ver-
werken van het „vrome vleesch." Doch zoo
zijn
er,
God
hen staan
booze
hun
God
zonde
gebroken
merkt ge nu en dan
conscientie,
een
genade genieten.
te voller
verkeeren
;
zweem van en
er
werd.
En
als
inbeelding, ern-
God
weer een verzoeking overwonnen,
Gods nog weer enkelen van
nu
er andere kinderen Gods, die zonder
veel ophef of drukte, en zonder den minsten stig
En
teeken van hoogere vroomheid.
een
ze weer „zoo heerlijk gezondigd hebben," en
En
soms verheffen ze
wordt de kale, naakte, dorre tak aan den stam van hun
den goeden
als
ja,
;
wie
ze loopen er over heen,
die anderen, die heilig zijn in
als
is,
slechts enkelen. Vreeselijke menschen, die u vertellen komen, dat
lof,
zij
gewoon en natuurlijk
niet
maar toch
erger
antinomianen klagen hun
maar
;
iets uit,
En wat nog
over, de
God en menschen aan
zeer
ze
oogen.
worstelen,
toch ontegen-
is
wie soms metterdaad de teekenen van dat kind-
in
maar
schap uitkwamen,
is
het
ook
dan het andere. Er zijn kinderen Gods, wier kindschap ge niet
op ons maakt
bespeurt ge
God
van
zeggelijk, dat het ééne kind
verdenken
dan
hierop
zoo vurig voor
of de heerschappij
ge dan
in zulke kringen
op, hoe er onder deze ernstige stille kin-
uitsteken, die u boeien
vastheid
van
geloof,
een
door een teeder-
ijver voor
de zaak
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's