E voto Dordraceno - pagina 192
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IX. HOOFDSTUK
186
Op
punt aangekomen, dienen we nu intusschen op
dit
Vadernaam door het
de
I.
te
merken, dat
schepsel óf in engeren zin van den Eersten Per-
soon in de Drieënheid kan worden gebruikt, óf evenzoo van het Goddelijk
Wezen zonder
Persoonsonderscheiding.
Tegenover het schepsel genomen,
is
Vader, Zoon en Heilige Geest de Schep-
per en de Fontein aller goeden, en roepen we het Drieèenige
Wezen
als
onzen Vader in de hemelen aan. Indien we daarentegen nu nader vragen, in welken dezer drie Personen Vaderzijn in het Eeuwige Goddelijke
dit
dan
wordt,
houdelijk
den
Wezen meer
luidt het antwoord, dan" in het Goddelijk
oeconomisch)
of
Eersten
Vader-zijn
het
En
Persoon.
Wezen
(d.
huis-
i.
engeren zin toekomt aan
in
nu drukt de Heilige
dit
bijzonder gevonden
Schrift uit, door zoo
telkens te spreken van den „Vader van onzen Heere Jezus Christus."
Deze „eeuwige generatie" van den Zoon door den Vader nu mag nooit opgevat
afgeloopen
als
ernstig genoeg
kan)
ook
genereert
reert,
tegen
;
verkeerde opvatting, zelfs kan niet
deze
worden gewaarschuwd. De Vader, in
tot
die
van eeuwigheid gene-
eeuwigheid. Mochten
alle
we dus (wat
niet
indeeling van den tijd op de eeuwigheid, overbrengen, dan zou
de
men moeten
zeggen, dat de Vader begonnen
van voor de grondlegging der wereld ;
oogenblik;
Zoon
de
dat
eeuwigheid nooit anders
is
den Zoon
te
genereeren
dat Hij al die eeuwen door den Zoon
dat Hij den Zoon nog genereert op dezen eigen
steeds heeft gegenereerd
en
;
ook
zijn zal,
toekomst nooit, en tot in
de
in
alle
dan elk oogenblik door den Vader gege-
nereerd.
Niet, dit verstaat
en niet is
af,
men,
als
ware deze genereering dus steeds onvolkomen
zoodat er nog iets aan ontbrak. Neen, op elk gegeven oogenblik
volkomen
die generatie
;
zoo volkomen dat de Zoon eeuwiglijk op het
allervolmaaktst het Zoonschap in zich draagt;
de
Zoon,
nooit of
nimmer Zoon
is,
maar
zoo verstaan, dat Hij,
dan op dat eigen oogenblik
uit
den
Vader gegenereerd wordende. Onder menschen
is
én
het
vaderschap én het zoonschap hoogst ge-
brekkig en onvolkomen. Het vaderschap
gebroken tot het
in
zijn
kracht;
is
door het optreden der moeder
want een zeer aanmerkelijk deel van hetgeen
vaderschap behoort, gaat hiermee op de moeder over. Dan
vader eigenlijk slechts ten volle vader op het oogenblik dat
maar op
dat oogenbhk teelt
tegenover
hem
uitkomt,
raakt
zelf vader.
staan; hij
van
hij
wat
en tegen den vader
af,
hij
tijd
niet kent; het
hij
is
een
genereert
komt buiten en
dat de zoon mensch wordt en
wordt minder zoon, en wordt straks
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's