E voto Dordraceno - pagina 408
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
402
ZOND.
Heere Jezus in de jaren van gedurende
hem
dan dat
—
was,
vraag
Want
zijn
jongelingschap en tot
omwandelen geen dieper en banger
zijn
had waar
III.
bestaat aan een diepere opvatting.
behoefte
hier
XV. HOOFDSTUK
waarlijl?, zijn
lijden
als
de
optreden en
gedragen heeft,
een zeer enkele maal hongerde en dorstte, en dat
hij
niet
het hoofd zou nederleggen, en dat soms zijn leven in gevaar
hij
leg er dan het leven van Paulus, den heiligen apostel, naast, en
u
of Paulus' eigen
af,
heden en doodsangsten
in
opsomming van
zijn velerlei
wederwaardig-
macht en aantal van doorgestane smarten
niet
zeer verre het perk van Jezus' lijden overtreft?
Neen, op die wijs geeft ge aan niemand, en
krijgt ge nooit voor u zelven,
ook maar een eenigszins waardigen indruk van het lijden dat Jezus ook
om
uwentwil
reeds
van
hoe ge er u ook tegen dat
Immanuël toch
kribbe
inzet,
af tot aan
Gethsémané droeg.
ge kunt u niet verweren tegen een indruk,
jeugd heeft doorleefd, en zonder merkelijken tegenspoed
delijke
en
En
aan dat schoone Galileesche meer een vrien-
eigenlijk
tigste jaar heeft bereikt, toe,
de
zelfs
dat
zijn
der-
ook daarna tot aan Gethsémané
hij
nu ja ook wel onaangename ontmoetingen had, maar voor het overige
toch een beeld
en bezielend leven leidde, dat volstrekt u geen afschrikkend
stil
van
een
maar veelmeer het beeld van een
lijder,
vriendelijken
profeet voor den geest roept.
van deze enkele, ons weinig toesprekende trekken, zoeken we
Afziende
daarom
doorgaande
dit
Golgotha onder droeg die Zooals
het
bij
hem
bij
nu
hij
des
Heeren, dat ook Gethsémané en op
de heerlijkheid zijn menschelijke natuur bezit, zóó hoort
is
het geen lijden.
Maar denk u eens het ondenkbare, dat
van den Christus deze verheerlijkte natuur weder wierd afge-
nomen, en dat des
gelijkheid
en
daarvoor in de plaats ontving zulk een natuur „in de
hij
zondigen vleesches", gelijk
zoudt
den Koning
Immanuël komen zou
der heerlijkheid, gelijk hij
van smarten, gelijk
feitelijk
hij
op aarde gedragen
dan niet volkomen helder beseffen, welk onpeilbaar
ge
lijden daardoor over
altoos
lijden
ander lijden doorliep, daarin, dat hij een gestalte
niet hoorde.
in
hem. Zoo
plotseling
heeft,
al zijn
?
nu
Hem is,
hij geweest is, zou dat iets
doorgaand lijden zijn?
plotseling in stee van
weer maken
tot
den
Man
minder dan een gestadig,
Niet een lijden nu en dan, maar een toe-
stand, die als toestand lijden was.
Welnu, zoo en
roepen
in
is
het dan ook werkelijk geweest, en vandaar zijn smeeken
het hoogepriesterlijke gebed:
de heerlijkheid, die ik Hij
is
bij
U
„Vader, verheerlijk mij met
had, eer de wereld was."
in onze natuur ingegaan, niet gelijk die natuur zijn
kon en thans
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's