Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 223

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 223

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLTI. HOOFDSTUK V.

met name

in het laatste vierde

de

groote

beide

men

En

kan.

hiertegen juist gaat

Heidelberger, geven

om

is,

zegt:

om

we nog lang

zijn

uw

voor

is

hun

dan pas

nu onze Catechismus

En

zoolang te werken tot ge brood voor u,

om hem

Onze armen verstaan

om

in

zooals ge

om

uw

toch,

geeft ja,

missen kan, maar

geven heb,

te

brood, als ik overhoud;"

van Godswege de plicht op noodruftige iets hebt

Men

niet.

men

als

heter

Neen, zegt de

in.

uw

menschelijke pUcht, evengoed als het

kinderen te zorgen.

ik geef

„Ja,

uw

ik

En

dat soms aandoenlijk.

is

over heeft, uit zijn overschot, van wat

nog met de onderstelling, dat

altoos

af

de lagere klasse

bij

hoogtepunt van het geven

het

als

van deze eeuw hebben Gods kinderen

klassen der maatschappij iets van de kunst van geven

aangeleerd. Vooral

op

225

plicht

nu van uw kinderen

maar uw

plicht beseft,

kinderen hebt, zoo ook rust

ook zoolang te werken, tot ge voor den

te geven.

dit zeer wel.

Menig arbeider werkt

avonds na,

's

achterstaUig werk voor een kleinen arbeider af te doen. Menige huis-

vrouw ligt,

die zelve

moê en

nog nawerken. Er

zijn

en nog een cent geven,

armen

afgesloofd

is,

gaat

arme weduwen,

als er

van

bij

buurvrouw, die in de kraam

die haast

geen brood hebben,

een arme aanklopt. Niet alleen

uw maagschap. Ze

hooren

uw

ren,

ook

niet

buiten u, en ge moogt niet zeggen dat ze u niet aangaan.

eerst

mag

de

zijn

de maatschappij zeggen, dat haar dagtaak vervuld

veel gearbeid werd, dat allen, dus ook de nooddruftigen,

nu

geven

Dit

bij

u, ze

is,

kinde-

staan

En dan

als er zoo-

hun brood hebben.

een „kunst," die moet aangeleerd. Een halve eeuw

is

man

geleden waande een

die vijftig duizend gulden

inkomen had, zich reeds

zeer weldadig, zoo hij vijf honderd gulden per jaar weggaf. Tegenwoordig

spreekt zelfs

men van

dan

opvoeden. lecten

nog

geeft zulk een

En

dat

bewezen

niet mild.

gaat wel, zoo

het.

Wat

Ook

hierin

men maar geduld

thans in de

vrije

moeten we elkander heeft.

zaten.

De

rijke

men

moesten hebben, te knoopen,

vroeger inzamelde, als de heeren in

dames

om

die vroeger

Onze kerkcol-

kerken aan collecten wordt

saamgebracht, en dat nog meest door de kleine luiden,

voud van wat

man. En

vijfduizend per jaar voor zulk een

minstens

is

reeds het

hun

vijf-

pelzen, er

bij

Zaterdagsavonds vooral een „stuivertje"

dat in een punt van heur zakdoek voor de collecte

en die dan

als

een bespotting onder de prediking van het Evan-

gelie zaten, zijn gelukkig de wereld uit. In

meer dan één gezin vindt ge

reeds weer rentmeesters, die

Gode rekenschap doen van het gebruik van

hun

niet

goed,

maar meer

en

boekhouden,

nog,

meesters voor

om na

enkel

te gaan, of ze

om

te zien,

of ze wel uitkomen,

wel goede, en barmhartige rent-

God den Heere waren.

E TOTO DOBDB. IV.

1

.5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 223

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's