E voto Dordraceno - pagina 223
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLTI. HOOFDSTUK V.
met name
in het laatste vierde
de
groote
beide
men
En
kan.
hiertegen juist gaat
Heidelberger, geven
om
is,
zegt:
om
we nog lang
zijn
uw
voor
is
hun
dan pas
nu onze Catechismus
En
zoolang te werken tot ge brood voor u,
om hem
Onze armen verstaan
om
in
zooals ge
om
uw
toch,
geeft ja,
missen kan, maar
geven heb,
te
brood, als ik overhoud;"
van Godswege de plicht op noodruftige iets hebt
Men
niet.
men
als
heter
Neen, zegt de
in.
uw
menschelijke pUcht, evengoed als het
kinderen te zorgen.
ik geef
„Ja,
uw
ik
En
dat soms aandoenlijk.
is
over heeft, uit zijn overschot, van wat
nog met de onderstelling, dat
altoos
af
de lagere klasse
bij
hoogtepunt van het geven
het
als
van deze eeuw hebben Gods kinderen
klassen der maatschappij iets van de kunst van geven
aangeleerd. Vooral
op
225
plicht
nu van uw kinderen
maar uw
plicht beseft,
kinderen hebt, zoo ook rust
ook zoolang te werken, tot ge voor den
te geven.
dit zeer wel.
Menig arbeider werkt
avonds na,
's
achterstaUig werk voor een kleinen arbeider af te doen. Menige huis-
vrouw ligt,
die zelve
moê en
nog nawerken. Er
zijn
en nog een cent geven,
armen
afgesloofd
is,
gaat
arme weduwen,
als er
van
bij
buurvrouw, die in de kraam
die haast
geen brood hebben,
een arme aanklopt. Niet alleen
uw maagschap. Ze
hooren
uw
ren,
ook
niet
buiten u, en ge moogt niet zeggen dat ze u niet aangaan.
eerst
mag
de
zijn
de maatschappij zeggen, dat haar dagtaak vervuld
veel gearbeid werd, dat allen, dus ook de nooddruftigen,
nu
geven
Dit
bij
u, ze
is,
kinde-
staan
En dan
als er zoo-
hun brood hebben.
een „kunst," die moet aangeleerd. Een halve eeuw
is
man
geleden waande een
die vijftig duizend gulden
inkomen had, zich reeds
zeer weldadig, zoo hij vijf honderd gulden per jaar weggaf. Tegenwoordig
spreekt zelfs
men van
dan
opvoeden. lecten
nog
geeft zulk een
En
dat
bewezen
niet mild.
gaat wel, zoo
het.
Wat
Ook
hierin
men maar geduld
thans in de
vrije
moeten we elkander heeft.
zaten.
De
rijke
men
moesten hebben, te knoopen,
vroeger inzamelde, als de heeren in
dames
om
die vroeger
Onze kerkcol-
kerken aan collecten wordt
saamgebracht, en dat nog meest door de kleine luiden,
voud van wat
man. En
vijfduizend per jaar voor zulk een
minstens
is
reeds het
hun
vijf-
pelzen, er
bij
Zaterdagsavonds vooral een „stuivertje"
dat in een punt van heur zakdoek voor de collecte
en die dan
als
een bespotting onder de prediking van het Evan-
gelie zaten, zijn gelukkig de wereld uit. In
meer dan één gezin vindt ge
reeds weer rentmeesters, die
Gode rekenschap doen van het gebruik van
hun
niet
goed,
maar meer
en
boekhouden,
nog,
meesters voor
om na
enkel
te gaan, of ze
om
te zien,
of ze wel uitkomen,
wel goede, en barmhartige rent-
God den Heere waren.
E TOTO DOBDB. IV.
1
.5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's