Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 40

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 40

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIX. HOOFDSTUK

40

Maar toch ook hooger

veel

woord der

hef.

de

terstond

zelfs

hand

die

nog altoos een laag staand middel, en

is

het, zoo in de menschelijke

is

den

lipjjen

hand

II.

strijd uitstrijd.

saamleving de hand rust, en

Onder ruwere volksklasse wordt

maar onder beschaafder

opgeheven,

lieden geldt het

gebruik van de hand tegen elkander als onteerend.

Denkt

ge

gegeven,

om

dat

dus,

werken,

laten

te

u

aan

ooit

den mensch

de mogelijkheid wierd

rechtstreeks kracht van zich te doen uitgaan en op anderen

dat daarbij het gebruik van de hand of eenig

zonder

ander instrument noodig was, zoo stond de mensch nóg veel hooger.

Vandaar

dan

God den Heere,

ook, dat bij

middel wegvalt, elk instrument ondenkbaar op anderen rechtstreeks toegaat

En ons

is,

die de Allerhoogste

en

alle

elk

is,

uitgang van kracht

onmiddellijk.

;

zoo dikwijls er dus in de Heilige Schrift, naar onze voorstelling en

spraakgebruik,

van een „rechterhand des Heeren" gesproken wordt,

duidt dit niets aan dan den uitgang van zijn goddelijke kracht en mogendheid op het schepsel.

Nader bepaald beduidt derhalve „het rechterhand

de

in

hemelen,"

dat

de

zitten

van den Christus aan Gods

Middelaar deelt in de goddelijke

regeermacht, voorzoover deze een uitgaan beteekent van Gods mogendheid

naar

schepsel.

zijn

Deze plaats en deze macht nu bezit deze plaats en deze

noch

bezit de Middelaar niet

macht noch

aangenomen hebbende

als

als

onze

Tweede Persoon

in de Drieëenheid,

Immers

menschelijkheid.

Zoon, als de Tweede Persoon in de Drieëenheid,

is

van nature. Hij

als

zijn plaats niet

de

naast

de goddelijke Almacht en wordt Hij niet met goddelijke almacht bekleed,

maar

Hij zelf evenals de

zit

den

van

Hem

Troon

wordt

en

opgelegd.

eenvoudig omdat is,

om

die

almacht oorspronkelijk, zonder dat ze

En evenmin

bezit Hij ze

van nature

menschheid geschapen en deze eindig

zijn

bestemd niet

Vader en de Heilige Geest in het middenpunt

bezit Hij

te heerschen,

Vandaar dat de Heilige

Schrift

maar om beheerscht

het in Psalm CX, dat de Heere

mijn rechterhand, zoodat erlangt,

om

„Mij

gegeven

is

betuigt in

den troon

Ef

I

alle :

te

hij

Heere

tot

eerst door het

in

grenzen

worden.

is.

Duidelijk heet

den Middelaar zegt

:

„Zit aan

woord des Konings het recht

bekhmmen. Onbewimpeld

macht

mensch,

dan ook zoo sterk doet uitkomen, hoe deze

en macht der eere aan den Middelaar gegeven

plaats

te

als

in haar

zegt de Middelaar zelf:

hemel en op aarde. En de

heilige

20 zeer bepaaldelijk, dat God „hem gezet heeft

apostel tot

zijn

rechterhand in de hemelen."

Het

is

alzoo een

macht en

eere die hij ontving.

„Daarom

heeft

hem

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's