E voto Dordraceno - pagina 510
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK
510
En
diep weggezonken.
toen kort daarop Johannes den marteldood onder-
was het verre van onnatuurlijk, dat enkele kortzichtigen onder
ging,
discipelen
dezen
martelaar
boven
Jezus
gingen
ja
II.
Op
stellen.
Johannes-jongeren op kleine schaal
dan
Had
Johannes
toch
aangewezen
symbool
het
die wijs schijnt zich deze secte
zelf
van
van meet af in
van
gelijk het
had deze
zijn
te
waterdoop slechts
Doop met den Heiligen
meerderen
dien
dien Jezus schenken zou, dit
Geest,
hebben voortgeplant, en
te
ware karakter van Johannes' Doop almeer vervalscht
het
gaat,
hebben.
zijn
bovenmate gingen vereeren en geheel naast,
secte verzwegen, van alle
heenwijzing op Jezus was afgelaten, en van den Heiligen Geest was niet
eenmaal gerept. Waren alzoo de echte Johannis-jongeren vanzelf
afgeweken. Johannes zelf was hun het één en ze in den
tot
Jezus
waren steeds verder van Jezus
overgeleid, deze valsche Johannes-jongeren
al
geworden.
En
zoo doopten
naam van Johannes.
Voor den apostel Paulus stond de zaak dus zeer eenvoudig. Al wat doen had was, deze misleide mannen op den echten Johannes en
te
prediking
echte
Paulus
maar zeggende
bezat
lezen toch in vs. 4, dat
zouden in dengene, die komen
Christus JezMs. Hierin
in
ligt opgesloten,
dat Paulus
Doop van Johannes zouden ontvangen hebben.
recht of macht,
om
in zijn
;
en niemand van Johannes'
naam
te
doopen. Johannes'
was niet duurzaam, maar voorbijgaande, en volstrekt niet bestemd
doop
na
Jezus
dood
zijn
optrad,
worden
te
met Johannes'
den
heenwees
Christus
voortgezet;
en
maar omgekeerd, om, zoodra
eigen wegsterven te verdwijnen. Dit toch
aan het
in Paulus' herinnering
ligt
op
We
hij.
Johannes zelven gedoopt
niet door
leerlingen
om
is
dat ze den
betwist,
Ze waren
deed
dat
„Johannes heeft wel gedoopt den Doop der bekeering,
:
tot het volk, dat zij gelooven
zou na hem", dat
hun
En
wijzen.
hen zeide
tot
hij
zijn
feit,
zich
dat Johannes de Dooper altoos
zelven
slechts als een tijdelijk en
voorbijgaand wegbereider van den Messias beschouwde.
Wat
dus ook aan
deze goedgezinde mannen, door hoogst onhandige leerlingen van Johannes
den
Dooper,
geheel
voorganger, bediend mocht niet
gedoopt;
den
Christus;
ongedoopten. uit
hen
op
te
niet door ze
En bij
zijn,
zin
zijn
en de onderwijzing van hun grooten
Doop
stellig niet.
Ze waren derhalve
Johannes zelven en niet door de discipelen van
konden
dus
niet
anders
beschouwd worden dan
op dien grond nu ging Paulus er toe over, alsnu voor het eerst te doopen, en
die geloofden,
leggen,
den
tegen
om
als
diegenen
hun de handen
welke gelegenheid er een zichtbare aangrijping van twaalf
hunner door den HeiUgen Geest plaats had, zoodat het wonder van den Pinksterdag lezen
zich
we aan het
op
kleine schaal ook onder hen openbaarde. Zoo toch
slot:
„En
die
hem hoorden werden
gedoopt in den
naam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's