E voto Dordraceno - pagina 137
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLT. HOOFDSTUK
en dat Christus en de gemeente
En
afbeeldend type vinden.
op het gelaat slechts
niet
diezelfde eenheid
in
van het huwelijk een
wie met den rossengloed der
maar wel
zoekt,
zijn lust
139
II.
zinlijkheid
wien voor deze heer-
hij,
lijkheid van het huwelijk het oog allengs ontsloten wordt, zal in de Hei-
een boek
ook
Schriftuur
lige
als het
Hooglied op
zijn plaats
vinden en
leeren verstaan.
nu echter het huwelijk zóó hoog, dan
Staat
dwaas, het
gevoelt ge terstond hoe
zich in te beelden, alsof twee jonge personen,
is,
een een jongen en de ander een meisje
aanschen vrijen wil over het huwelijk wil de
mensch
vraag,
wat
te
met
toch
al
waarvan de
nu zoo maar met hun Pelagi-
beschikken hadden. In
wel zoo, en niet zelden
dit
men
is
rijst
zijn
zonde
in het opstandig hart de
die huwelijkswetten en
belemmerde bepa-
men dan niet vrij ? En indien men elkaar maar liefheeft, waarom hangt men dan van anderen af, en waarom is een ieders pad dan niet open? Dan is de onnadenkende Pelagius in de roekelooze lingen van doen heeft. Is
Maar
liefde.
zoo
Calvijn,
zoo spreekt de Schrift, zoo spreekt Augustinus, zoo spreekt spreekt
erf verstaat
heilig
de ernst in het Christen hart
men uitnemend
hand de vrouw aan den man toebrengt
met
zijn
zich
inbeeldt
zelf
alles
waardoor de Heere
is,
;
als
en ook waar de mensch
bedisselen, toch feitelijk
te
Integendeel op
wel, hoe volstrekt niets Palagius hier
en hoe het een hooger Goddelijk bestel
uitricht,
niet.
Gods Voorzienigheid
regeert en triumfeert ook in het huwelijk.
Dat
er
huwelijken
zooveel zijn,
weinig
bevredigende,
dat er niet zelden ongelukkige
en dat een ideaal huwelijk tot de hooge uitzonderingen
behoort, strijdt hier niet mede. Buiten zonde, in Paradijs-toestand, dan, ja,
zou een min bevredigend huwelijk de harmonie van Gods ordinantiën sto-
Maar nu
ren.
niet.
Thans
zijn
er,
zoo het heet, soms zeer gelukkige
huwelijken, en die toch slecht zijn, overmits het geluk er ontstaat doordien
man
vrouw
en
hooger
critiek,
in
eenzelfde zondige eenzijdigheid, samengaan, of zonder
alles in
en aan elkander toegeven. Een min bevredigend
huwelijk daarentegen kan zeer wel het gevolg van hoogere motieven
zijn.
En
voorts, op zich zelf is het
als
het huwelijk knoopt, op velerlei knelling moet uitloopen, waar de jonge
man
volkomen natuurlijk, dat een zoo enge band
en de jonge vrouw, die huwen,
zijn
zooals ze zijn
;
met zooveel zon-
dige neiging in zich, nog zoo weinig geoefend, nog zoo overhellende naar geestelijk
of
verhoudingen, roeping.
wijzen
zinlijk
egoïsme; en nu plotseling geroepen tot de intiemste
maar ook
De Gereformeerde
tot
de vervulling van een zoo veel omvattende
kerken, die
hun huwelijksformulier openen met
te
op het velerlei kruis, dat gemeenlijk den gehuwden overkomende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's