E voto Dordraceno - pagina 185
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLII. HOOFDSTUK
7;0ND.
187
I.
vat worden, bijaldien er niet ia den mensch een inwendig gebod heerschte,
met
dat
Gebod overeenkwam.
dit achtste
Het beloop der zaak schiep
dus
is
dit
Toen God het menschelijk wezen
:
mensch ook het besef
den
Hij
schiep,
van onderscheiding tusschen
in
mensch en mensch, en daardoor tevens van het goed des eenen en het
De
goed des anderen. ook
het
geheel
zonde poogde
dit besef
hebben,
bijaldien
vernietigd
geheel te vernietigen, en zou
God de Heere,
door zijne
algemeene genade, deze vernietiging niet gestuit, en niet zeker besef van eerbied voor eens andermans goed in ons had overgelaten. Vandaar
dat
het,
ook
besef,
dit
werkt, gelijk Paulus in
zonder de wet van Sinaï, nog
Rom.
Il
:
bij
komt
de Heidenen
14 zegt, dat de Heidenen „ook zonder
de wet de dingen der wet doen." Iets wat de heilige apostel te eer kon
en
leefde,
men
daar
zeggen,
onder
destijds
uitgewerkt.
Toch
den
Sinaï
berg
uitwendig
den regel van het Romeinsche recht
op het punt van den eigendom zeer
dit recht vooral
gebroken klank van dit gebod in
de
en nu
hersteld,
als
was
fijn
van het achtste Gebod op
eerst door de afkondiging
is
's
een stem van buiten tot
menschen zijn
hart,
consciëntie
gekomen. En in dien zin nu verstaan, dat het achtste Gebod het verflau-
wend besef van onderscheiding tusschen het goed des eenen en het goed anderen weer vast heeft gesteld; en
des in
waarop
komen moest,
eens
die
diefstal,
inzit,
en
het
niet
neme
En dan moet
al
dit
Gebod
niet
blijken te zijn
meer zeggen
late
dan
met hetgeen wat overigens
Gods Woord geopenbaard
in
is.
aanstonds zeer ernstig protest ingediend tegen elke
Gebod den
voorstelling, alsof het achtste
of
men
buiten verband
aangaande eigendom en bezit
op
de ommekeer van eigendom
fundament zou
de maatschappelijke orde rustte; beamen ook wij deze uitspraak
volkomen, mits op beding dat er
bij
het
eisch zou stellen, dat alle goed
aarde persoonlijk aan den een of den ander zou toebehooren; en als derhalve
het
communaal
of gemeenschappelijk bezit van velerlei din-
gen door het achtste Gebod ware uitgesloten. Dit toch volgt er volstrekt niet
uit,
voor
het
en
staat
vee,
er niet in.
om
akker
alle
Een maatschappij te
b.v.,
waarin
alle
ware, en waarin geen ander persoonlijk bezit bestond, dan dat ieder zijn
geen
eigen
kleeding,
enkel opzicht
weide
bebouwen, enz. gemeenschappelijk bezit
mensch
eigen huisraad en eigen gereedschap hadde, zou in
met het
achtste
Gebod
in botsing geraken.
Ook zoo
toch zou er wel terdege een zeer aanzienlijk deel van het goed der aarde persoonlijk bezit zijn, goed dat aan den één en niet tegelijk aan den ander
toebehoorde
om
;
en
wijl
nu de
aan den ander af
te
sterkere door zonde allicht er toe zou neigen,
nemen wat het
zijne
was, zou het gebod:
Gij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's