E voto Dordraceno - pagina 509
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
511
I.
brood en water hiervoor voldoende. Dat er nu alleen van brood gesproken wordt,
omdat
is
een bergland,
vooral in
als
waarin Jezus omwandelde,
beken ruischen van frisch en heerlijk water, en het water er
allerwegen
dus altoos
Niet het water, alleen het brood kostte in Jezus' omgeving
is.
geld of inspanning. Dat wij nu behalve brood nog allerlei andere spijs en
en behalve water nog
toespijs,
onzen dorst
beschikking hebben,
ter
onzes Gods, die
heid
gevolg van de overvloeiende goed-
is
ooft en
allerlei
zelfs
andere middelen tot lessching van
allerlei
vruchten groeien
liet,
ons het
vleesch ten spijze verordineerde, en den wijnstok, den koffieboom, den thee-
boom en
het Onze Vader
door in tot
maken;
ten andere dat
en
groote goedheid er in
anders en nog kruimels
om
iets
metterdaad
geeft.
te leven,
een
den
voor
een
het
is
we dag aan dag
beseffen zullen, wat
Men
zegt wel eens, dat iemand de broodallerlei pretentiën heeft,
hij
en op het kostelijk brood met zekere minach-
mensch geheel beschikt
noodig,
ieder
het brood
onthouden wordt. Maar brood
om
en niets
is,
bij
om uw
daar
bij
bijna alles in
is
niet doen, en
maar aan eenig
dan ook voldoende, en
tafel neerzien, als er niets
en op dat brood te gebruiken, staan schul-
dig aan ondankbaarheid. Zoolang geeft
uw God u nog
eiken dag brood genoeg
lichaam te voeden, hebt ge over niets te klagen. Voor wat
komt, zult ge dubbel dankbaar
gedenken, dat
zijn,
en steeds
dat overige overtollige goedheid van
al
Ge moogt daarom
dat meerdere, zoo
uw God
bij
dat meerdere
uw God
zoo
uw God u
Ook
zullen de ouders bij
dan brood
dan brood
niets
bij
gaf,
u
voor u
is.
het u geeft, wel gebruiken
en genieten, maar gebannen en uitgesloten moest elke gedachte
gedachte
is
en op den mensch
met minder kan ons lichaam het
die velen die thans onder ons ontevreden op de
dan brood
hooge mate
Het brood
met het water saam genomen,
daarom hardvochtig en onbarmhartig, indien ook
mensch
in
is
wij tot onderhouding van ons lichaam behoeven. Brood
wat
bevat,
heeft
en
meer dan op brood aanspraak
onbeduidend, neerziet. Dit nu
te
geheel berekend voedsel, dat, zich
niets
in het brood gegeven heeft, hooglijk te eeren.
God ons
niets,
Veeleer voegt het ons het wonderschoone voedingsmiddel,
on godvruchtig.
dat
we op
God de Heere ons behalve brood nog iets
zoo
ligt,
er bij
hem
voor
als
recht hebben
lichamelijke nooddruft te beperken
en duidt hierdoor aan, dat
steken,
en lekker
lui
ting,
Maar
om
we op
Vooreerst dat
opwekken.
zullen
liet.
bede
alle
het brood, wil Jezus tweeërlei stemming in onze biddende
om
de bede
ziel
meer wassen
zooveel
zijn, alsof,
eigenlijk onrecht zou geschieden.
de opvoeding wél doen, in
dit opzicht
geen valsche
de kinderen te kweeken. Zoo nu en dan een enkelen dag niets
te eten en
kostelijke voorbereiding
water te drinken, en van
om
het Onze
Fa rfer des
al
het overige te vasten,
is
te beter te leeren verstaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's