E voto Dordraceno - pagina 498
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
492
ZOND. XVII. HOOFDSTUK IV.
voor
dat lichaam het denkend, het alles beslissend, het eenig zelf-
heel
levend Hoofd
En
is.
nu
naargelang
gaan
zijn
Immanuël weer
En
maar één
al
zijn
om
uitwerking,
inniger
hem weer
naar die mate wordt dat Hoofd des lichaams
trekken,
een macht in zijn leven. heeft
zielsbanden aan dien
heiliger, inniger, teederder zielsleven
namelijk Christus steeds meer als zijn
eenig Hoofd te gevoelen, en onder dat Hoofd zelf al kleiner en volgzamer te worden.
Die belijdenis van Christus of beeldspraak. Neen, het
zelf het hoofd, en
Christus
wast,
Hoofd
zijn
hij
hij
is
als zijn
Hoofd
dus geen uitwendige vorm
een zielsproces. Eerst
Maar
gebruikt den Christus.
En
wordt minder.
wordt, en dat
is
hij
het einde
is,
is
hij
nog tamelijk wel
allengs loopt dat om.
dat Christus in alles
meer kan denken, ademen, bidden,
niet
ja
drinken uit de Fontein en zijn ziele spijzen, dan door dit zijn Hoofd.
En naarmate alzoo
inniger
van
ge nu door de practijk der
en
lichaam
zijn
waarachtiger onder wordt,
des
Hoofd en lichaam
Hoofd komt en zelf almeer
lid
biedt.
kunnen
één, en
zijn
des levens
strijd
sterker en machtiger wordt u ook de
te
waarborg dien zijn opstanding u
uw
en den
ziel
niet gescheiden worden.
Zonder
lichaam stierve het Hoofd, en zonder hoofd stierve het lichaam. In beider
Daarom is de volharding En hoe ook de aanvechting u
onafscheidelijkheid ligt de zekerheid des levens.
der
heiligen
zulk
een
vast
plechtanker.
verschrikke, ooit wezenlijk denken dat ge uit Christus' lichaam weer zoudt
worden
uitgesneden,
kunt ge daarom
dat
niet,
overmits
uw
uitsnijding
het lichaam zelf verminken zou.
Ge weet dus als
gij
van God,
met uw eigen levensbesef dat
tegelijk
van het lichaam met het Hoofd van dat lichaam lotgemeen
dat het lichaam het Hoofd volgt.
zijt;
En feerd, lijf
lid
als kind
al
overmits nu de Christus in zijn verrijzenis volkomen heeft getriom-
zoodat
de engelen
hem
dienden, de aarde beefde, aan het loome
het broze ontglipt was, en noch
Romes heirmacht, noch
hem
haat, noch des duivels grimmigheid iets tegen
over al zijn vijanden triomfeerend,
met
kenlijk opvoer in eeuwige heerlijkheid,
zijn
—
der Joden
vermochten, maar
jongeren in zielsgemeenschap,
nu
is
het uitgemaakt, dat heel
het lichaam Christi, met al zijn leden, denzelfden weg uit moet.
Hoofd
hij,
Nu
het
triomfeerde, kan het lichaam niet in smaad, noch in gedempte en
beperkte verlossing blijven hangen.
En moet
ook heel het lichaam Christi en
wie
al
lid
zooals het
van
dit
Hoofd
lichaam
zegepraalde,
is,
zegepralen
met hem.
En daarom
de dag komt, komt zekerder dan onze voet den bodem der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's