E voto Dordraceno - pagina 110
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK
112
minder schuldig voor God zou staan.
moord
die
Moord
III.
moord
blijft
en een moeder
;
ingewand kan plegen, staat bijna nóg schuldi-
in haar eigen
ger voor God.
Ten wijst
nog een ernstig woord over den zelfmoord. De Catechismus
slotte
op, dat
gebod zeer terecht er
dit
bij
men ook
zichzelven niet
kwetsen of dooden, en dringender nog dan in de 16e eeuw
19e eeuw
Naam
den
eisch, dat dit protest in
zoo
vrouwen.
als bij
Toegenomen onder
toegenomen.
wijze
schriklijke
mannen
En
mag
het in onze
des Heeren tegen denboo-
zen zelfmoord telkens luider uitga. In geen eeuw toch
bij
is
het ergst van
al
de zelfmoord op
is
alle
standen.
Zoo
dat in zelfmoord bij-
is,
na geen schande, althans geen kwaad, allerminst zonde wordt gezien. In Frankrijk riep nog onlangs een minister in de
immers geen misdaad
Ben
dat zelfmoord
uit,
is.
dan mijn eigen meester niet? vraagt de van God afgedoolde
ik
wereld.
Ben
leven?
Wat
En
Kamer
geen baas over mijn eigen lichaam en over mijn eigen
ik
gaat het een ander aan, als ik niet langer wensch te leven?
door die goddelooze gedachte worden vooral de gevallen van dubbelen
moord
menigvuldiger, dat
al
hand aan
en
waagt,
speculatie
den kop
zelf voor
anders,
wat meer te
eerst een ander vermoordt
men
En wat
voedt nu dien boozen hartstocht?
dan de onzalige en onware gedachte,
vermoorden,
en dan de
allerlei
booze
het dan mis gaat en het uit zou komen, zich-
als
schiet.
zichzelf
men
Veelvuldig ook de gevallen, dat
zichzelf slaat.
uit
zijn
men
alsof
angst en uit zijn lijden zou
zijn.
Wat door
Men
opgevoed in de voorstelling, alsof er na den dood geen eeuwigheid
is
Men
stelt zich voor,
men
komt, gelooft
waar weening
nis,
jes
dat
met den dood
niets meer. zal zijn
En
alles uit
lijke last
kelijke
Als
lijden uitkomen,
en er
zelfmoord
iets zeer
dan geen God voor Wien
is
ik ver-
en geen eeuwigheid waarin mijn lijden meegaat en door
moet,
is
heengaan en verdwijnen het van-
gebodene, het natuurlijke redmiddel, dat juist daarom, en op grond
van die overlegging, door zoo duizenden
En nu
oordeelen
schuldigen, lijke
voor sprook-
diep ongelukkig ben, en het leven mij een ondrage-
het oordeel nog verergerd wordt, dan zelf
is
men
wordt, en ik kan door mijn leven af te snijden, uit dat schrik-
bange
schijnen
ik
is.
een oordeel dat
gepraat van een buitenste duister-
alle
en knersing der tanden, houdt
van kinderlijke verbeelding. En natuurlijk, dan
verkieslijks.
Van
is.
zonde
die te
we
niet hard.
zichzelf
verdoen
ontkomen, ook,
volgd, in bittere
o,
bij
duizenden wordt aangegrepen.
We
weten zeer wel, dat er behalve de
om
aan de gevolgen van een schrikke-
zoovelen
jammer geworpen,
zijn,
die
hard door hun
ten leste het leven niet
lot ver-
meer konden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's