Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 257

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 257

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

XLIVa. HOOFDSTUK

ZOND.

Daarom sprak

onze zonde droeg.

betaamt

ons

het

Middelaar

onze

men

zoolang

in

van

die

hebben

steeds

het zedelijk zelfbewustzijn

dan

wordt,

wel

twee

dat de conscientie een

gegeven

is,

en een noodzakelijkheid, die dan eerst geboren

komen

elkander

staan. Dit

te

zeggen we, dat er van een conscientie

Adam en

bestaan,

heerlijkheid;

waar de worm

verderfs,

Nu

sprake

maar dat

zijn

er

zal

nu geschiedde

bij

eerst door

En

is.

Jezus in

zijn zal in

de plaatse des

steekt, die niet ster/t.

Roomsche kerk en onze

belijdenis tot een bepaalde controvers heeft vastgezet.

van Trente heeft in de 6e erfzonde door den

daar-

zijn persoonlijk

er iatusschen een strijd in de Christelijke kerk over dit

is

als

onder de gezaligden in den staat der

eeuwig sprake van

uitgebroken, die zich vooral tusschen de

meerde

maar

zijn,

zoodanig geen sprake kon

als

vóór den val, geen sprake was

geen

daad

maar een bekwaamheid

de wille Gods en onze persoon niet langer één

tegenover

zijn bij

als

maar wordt volkomen

bestreden; belijdt,

de zonde, en kan slechts aanhouden, zoolang de zonde in ons

om

hij

waartoe de bekwaamheid en de nood-

is,

bewustzijn

ons

in

eerst zich uiten kan, als

doop: „Alzoo

zijn

en worstelde

den mensch ware, een voorstelling die onze vaderen

in

met onze vaderen

natuurlijk zoodra ge

zakelijkheid

bij

de ongereformeerde stelling aankleeft, alsof de conscientie een

uitgezonderd)

(Perkins

Middelaar

te vervullen,"

Gethsemané's hof. Dit alles klinkt nu zeker vreemd,

vermogen

soort apart

als

hij

gerechtigheid

alle

259

I.

Het Concilie

haar 5e canon, uitgesproken, dat de

zitting, in

Doop wordt

Gebod

Gerefor-

gedaan, en daardoor haar anathema

te niet

uitgesproken over een iegelijk, die beleed, „dat de doopsgenade de erfschuld ophief;

niet

ook

of

wegnam datgene wat

niet geheellijk

het wezenlijke

karakter van zonde aan zich droeg, (aut etiam asserit, non

veram

quod

toli

totum

id,

propriam peccati rationem habet), maar oordeelt dat ze

et

verminderd en niet meer toegerekend wordt." Wel erkent Rome,

slechts

„dat ook in de gedoopten nog begeerte (concupiscentia) of een vuile bron (fomes)

overblijft,

prikkelen,

kan

toestemt,

maar

En

is

het

al

maar overmits deze

alleen overbleef,

om

tot strijd te

deze begeerte geen schade toebrengen aan wie er niet in er kloekelijk door de

genade van Christus tegen

strijdt."

dat de apostel deze begeerte zonde noemt, zoo verklaart het

Concilie van Trente, „dat hieronder nooit

mag

verstaan worden, dat deze

begeerte eigenlijk en wezenlijk zonde zou zijn in de wedergeborenen, alleen ter aanduiding, dat deze begeerte uit de zonde

zonde dat

trekt."

de

van een

eerste

Iets

wat dan door de theologen verder zóó uitgewerkt

roerselen

werkelijke

maar

opkomt en naar de

van het begeeren,

begeerte,

die

of

is,

ook de eerste bewegingen

onwillekeurig in ons werken, niet als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 257

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's