E voto Dordraceno - pagina 257
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLIVa. HOOFDSTUK
ZOND.
Daarom sprak
onze zonde droeg.
betaamt
ons
het
Middelaar
onze
men
zoolang
in
van
die
hebben
steeds
het zedelijk zelfbewustzijn
dan
wordt,
wel
twee
dat de conscientie een
gegeven
is,
en een noodzakelijkheid, die dan eerst geboren
komen
elkander
staan. Dit
te
zeggen we, dat er van een conscientie
Adam en
bestaan,
heerlijkheid;
waar de worm
verderfs,
Nu
sprake
maar dat
zijn
er
zal
nu geschiedde
bij
eerst door
En
is.
Jezus in
zijn zal in
de plaatse des
steekt, die niet ster/t.
Roomsche kerk en onze
belijdenis tot een bepaalde controvers heeft vastgezet.
van Trente heeft in de 6e erfzonde door den
daar-
zijn persoonlijk
er iatusschen een strijd in de Christelijke kerk over dit
is
als
onder de gezaligden in den staat der
eeuwig sprake van
uitgebroken, die zich vooral tusschen de
meerde
maar
zijn,
zoodanig geen sprake kon
als
vóór den val, geen sprake was
geen
daad
maar een bekwaamheid
de wille Gods en onze persoon niet langer één
tegenover
zijn bij
als
maar wordt volkomen
bestreden; belijdt,
de zonde, en kan slechts aanhouden, zoolang de zonde in ons
om
hij
waartoe de bekwaamheid en de nood-
is,
bewustzijn
ons
in
eerst zich uiten kan, als
doop: „Alzoo
zijn
en worstelde
den mensch ware, een voorstelling die onze vaderen
in
met onze vaderen
natuurlijk zoodra ge
zakelijkheid
bij
de ongereformeerde stelling aankleeft, alsof de conscientie een
uitgezonderd)
(Perkins
Middelaar
te vervullen,"
Gethsemané's hof. Dit alles klinkt nu zeker vreemd,
vermogen
soort apart
als
hij
gerechtigheid
alle
259
I.
Het Concilie
haar 5e canon, uitgesproken, dat de
zitting, in
Doop wordt
Gebod
Gerefor-
gedaan, en daardoor haar anathema
te niet
uitgesproken over een iegelijk, die beleed, „dat de doopsgenade de erfschuld ophief;
niet
ook
of
wegnam datgene wat
niet geheellijk
het wezenlijke
karakter van zonde aan zich droeg, (aut etiam asserit, non
veram
quod
toli
totum
id,
propriam peccati rationem habet), maar oordeelt dat ze
et
verminderd en niet meer toegerekend wordt." Wel erkent Rome,
slechts
„dat ook in de gedoopten nog begeerte (concupiscentia) of een vuile bron (fomes)
overblijft,
prikkelen,
kan
toestemt,
maar
En
is
het
al
maar overmits deze
alleen overbleef,
om
tot strijd te
deze begeerte geen schade toebrengen aan wie er niet in er kloekelijk door de
genade van Christus tegen
strijdt."
dat de apostel deze begeerte zonde noemt, zoo verklaart het
Concilie van Trente, „dat hieronder nooit
mag
verstaan worden, dat deze
begeerte eigenlijk en wezenlijk zonde zou zijn in de wedergeborenen, alleen ter aanduiding, dat deze begeerte uit de zonde
zonde dat
trekt."
de
van een
eerste
Iets
wat dan door de theologen verder zóó uitgewerkt
roerselen
werkelijke
maar
opkomt en naar de
van het begeeren,
begeerte,
die
of
is,
ook de eerste bewegingen
onwillekeurig in ons werken, niet als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's