E voto Dordraceno - pagina 557
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK
559
II.
temin de Heere Jezus ons de bede op de lippen legt
geen
God de verzoeking kan
van
kind
„Leid ons m'e^n ver-
:
beschouwd zou men kunnen zeggen: Indien aan
Oppervlakkig
zoeking."
of
mag
gespaard worden, hoe
het dan mogelijk, dat Jezus ons alle verzoeking leert afbidden ? voor dezelfde strijdigheid, als
hier
en smarte. Vast
Een
kan.
het gebed
bij
om
We
afwending van leed
geen onzer den last des lijdens geheel ontgaan
staat, dat
En
ieder heeft zijn kruis op aarde.
al is
ons leed en smart zeer
verdeeld, zoodat de één bijna levenslang gedrenkt wordt uit den
ongelijk
beker der ellende, terwijl de ander hoogstens enkele teugen uit dien beker te drinken
teren
komt de dag van
ieder
het vreeslijkste
droefenis en
bit-
zoon
des harten. Ja,
afdoolt,
dat de Heere
nog meer geslagen worden?" En toch,
hij
is
dan ook niemand.
blijft
weedom
God
zijn
„Wat
al
aldus ook onomstootelijk vast, toch gaat er van Gods kinderen
dit
een gedurig gebed op, uitredding
om
smarten,
uit
om
behoeding voor gevaar,
om wegneming van
droefenis en verdriet.
afwending van leed,
Strijdt dit niet? Schijnbaar ja,
gebed
de regel gelden:
blijft
iemand zoover van
als
is,
klagen moet: „Waartoe zou
om
toch
krijgt,
de vader niet kastijdt?" Buiten kastijding
er dien
Voor een
staat
is
staan
maar
toch niet, omdat we in ons
aan den ons ingeschapen
gehoor geven
eenvoudig
feitelijk
vreugde dorst en van smart afkeerig
trek,
Dien trek heeft God
is.
die naar
ons
zelf in
geplant. Die trek moet in ons blijven spreken en werken, zullen we waarlijk
het kruis als kruis, de smart als smart gevoelen kunnen.
den van
En
onze ellende moet het altoos als in Gethsemané blijven
al
dezen drinkbeker voorbijgaan, ook uit
Gethsemané verraadt dan ook
in
onzen Heiland. Dat
Maar Jezus moest en het
natuur,
dat
men
bidden,
ook
al staat
:
Laat
moet die worden geledigd. Die bede
in het
minst geen zwakheid of aarzeling
ge aan zijn vastberadenheid ook wel anders.
worstelen en lijden in zijn aangenomen menschelijke
nu eenmaal de
natuur,
is
ziet
al
mid-
te
onuitroeibare trek van de menschelijke
het lijden afbidt.
smart en zin in leed
God
wil dat
we het
lijden zullen
af-
het vast, dat we het niet ontgaan kunnen. Lust in is
God, maar
niet uit
uit de ziekelijke neiging
van
een ongeloovig hart. Vandaar dat de gestadige ervaring dat het lijden toch
komt,
en
het
kruis
niet
nooit in staat noch machtig
kan is
leed en nood op de lippen van bij
u verstomt,
geloof
het
in
lijden
is
gebleken,
om
toch
al
het gebed
Gods kinderen
eeuwen
deze
door
om afwending van
te smoren.
Zoo dat gebed
het menschelijke in u ondergegaan, en toont ge dat het
u geen kracht te
weggaan,
ontkomen.
bezat,
om aan den ontzenuwenden
Immers
werken. Buiten het geloof vindt ge
juist tal
invloed van
het geloof moest hier zijn zegen
van mannen en vrouwen,
die zich
moedeloos aan hun smart overgeven, die pessimisten in slechten zin wor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's