Sociale hervormingen - pagina 232
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
288 dienstbetrekking is geëindigd, nog- geen uitspraak is gedaan; volgens de bepaling van dit artikel zal dan echter het recht op de schadeloosstelling vervallen. Naar aanleiding hiervan werd opgemerkt, dat het artikel niet in dezen zin is te verstaan het beteekent blijkbaar, dat de aanspraak op schadeloosstelling vervalt, wanneer zij niet na verloop van den in het artikel genoemden termijn is geldig gemaakt. Men vroeg, of dit wellicht niet duidelijker zou uitkomen, wanneer de aanhef van het artikel werd gelezen: „Het recht om de schadeloosstelling, bedoeld bij art. 1639 q te vorderen, vervalt", enz. Gevraagd werd, of het niet meer overeenkomstig het stelsel van ons Burgerlijk Wetboek zoude zijn dit artikel te schrappen en in art. 2005, dat bij deze gelegenheid toch wijziging zal ondergaan, voor de hierbedoelde vordering op de schadeloosstelling een verjaringstermijn vast te stellen. ;
Opgemerkt werd, dat uit de bepaling niet duidelijk de daar bedoelde dienstbetrekking kan doen eindigen op het oogenblik, waarop één jaar sedert haren aanvang is verloopen, dan wel of men op het bedoelde oogenblik haar eerst zal kunnen opzeggen, zoodat zij dan eerst ééne of meer weken later zal eindigen. Kan men bijv. eene dienstbetrekking, die op 1 Januari 1904 is aangegaan, op 1 Januari 1905 doen eindigen, of wel kan men haar op laatstgenoemden datum eerst Art.
blijkt,
1
639 w.
of
men
opzeggen ? Bedoeld is zeker, dat hier de opzeggingstermijnen, in de artt. 16392 en 1639/ genoemd, zullen gelden. Ware het echter voor de duidelijkheid niet gewenscht, zulks uitdrukkelijk in het artikel te vermelden? In overweging werd gegeven, het slot van het eerste lid van het artikel te lezen: „is niettemin ieder der partijen bevoegd haar van het oogenblik, waarop één jaar sedert haren aanvang is verloopen, te doen eindigen, met inachtneming van het bepaalde in de artt. 16392 en 1639/." Art.
1639.2;.
In overeenstemming met het gevoelen, verkondigd
Weekblad van 5 Maart jl. (1), vonden sommige leden de onderscheiding tusschen „grondige" in het hoofdartikel in het Sociaal
en
„en
gewichtige"
redenen
niet
gelukkig en verklaarden
zij
eenerzijds niet in te zien, dat verschillende „gewichtige" redenen van art. 16393; niet thuis behooren onder de „grondige" redenen van art. 1639 r en anderzijds te gelooven, dat de practijk zich in de gevallen, die onder de „gewichtige redenen" worden bedoeld, zeer wel zou weten te redden met behulp van eene billijke, zich naar het leven richtende rechtspraak. De Commissie van Rapporteurs vestigt hier verder de aandacht (1)
„Het wetsvoorstel omtrent
het arbeidscontract" III.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's