Sociale hervormingen - pagina 37
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
27 ontlast werd tengevolge van de behandeling of verpleging van den verzekerde voor rekening van het invaliditeits- en ouderdomsfonds.
Artikel 69. (i) Het bestuur der Bank is bevoegd, zoo dikwijls als het zvüks noodig" oordeelt, den verzekerde, aan wien is toegekend een rente wegens invaliditeit, welke niet het gevolg is van een ongeval, ter zake waarvan hem schadeloosstelling is toegekend of voorloopig toegekend krachtens de Ongevallenwet 1901 of eenige andere Ongevallenwet, en die den leeftijd van zeventig jaren nog niet heeft bereikt, op te roepen, alsmede hem ter plaatse door het bestuur te bepalen, te ondervragen of te doen ondervragen en door twee geneeskundigen, door het bestuur daartoe
aangewezen, te doen onderzoeken. Geschiedt de oproeping omdat naar het oordeel van het bestuur de verzekerde niet langer invalide is of daaromtrent twijfel bestaat, dan wordt aan de ondervraging deelgenomen door twee personen, bekend met de loonen in de gemeenten in het tweede lid van artikel 9 bedoeld, als loondeskundigen door het bestuur daartoe aangewezen, De rente van den verzekerde, die opgeroepen niet verschijnt, (2) of die weigert de door of vanwege het bestuur gestelde vragen te beantwoorden of zich door de door het bestuur aangewezen geneeskundigen te laten onderzoeken, wordt door het bestuur ingetrokken, tenzij hij voor zijn nalatigheid of weigering een deugdelijken grond kan aanvoeren. De rente wordt, behoudens de bepaling van het volgende lid, mede ingetrokken, indien de geneeskundigen en loondeskundigen eenparig van oordeel zijn, dat de verzekerde niet langer invalide is. Indien de verzekerde zich niet vereenigt met het oordeel (3) van de door het bestuur aangewezen geneeskundigen en loondeskundigen, dat hij niet langer invalide is, of indien de verzekerde bezwaar heeft tegen de voorschriften, welke de aangewezen geneeskundigen in het belang van het geheel of gedeeltelijk herstel der verloren arbeidskracht noodzakelijk achten, zal het bestuur een onderzoek gelasten, in het eerste geval door andere geneeskundigen en loondeskundigen, in het laatste geval uitsluitend door andere geneeskundigen. De verzekerde heeft het recht binnen een door het bestuur (4) te bepalen termijn aan het bestuur, in het eerste geval den naam van een geneeskundige en van èen loondeskundige, in het laatste geval van een geneeskundige op te geven, die alsdan met de overige deskundigen door het bestuur worden aangewezen. Blijft de verzekerde in gebreke den naam van een geneeskundige of van een loondeskundige op te geven, of weigert de door den verzekerde gewenschte geneeskundige of loondeskundige aan de opdracht te voldoen, dan wijst het bestuur, zoo mogelijk in overleg met den verzekerde, een derden geneeskundige of loondeskundige aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's