Sociale hervormingen - pagina 189
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
245
tweede
kwam men
bij het volgende artikel dat hier verkeerdelijk boete en schadevergoeding als van éénzelfde karakter zijn aangemerkt. Er waren leden, die in dit opzicht eene onderscheiding gemaakt wenschten te zien en van oordeel waren, dat de bestemming van de boete moet worden bepaald naar gelang van het feit, waarvoor zij wordt opgelegd. Boeten wegens vernieling of beschadiging van werktuigen en in het algemeen wegens feiten, waardoor de werkgever schade lijdt, zouden te zijnen bate kunnen komen daarentegen zouden boeten, opgelegd wegens andere feiten bijv. overtreding van bepalingen van orde, nimmer tot persoonlijk voordeel van den werkgever mogen strekken. Blijkens de Memorie van Toelichting heeft de Regeering in het bijzonder bezwaren tegen opneming van de bepaling, dat de opbrengst der op te leggen boeten moet besteed worden in het belang van den arbeider. Sommige voorstanders van de opvatting, dat de opbrengst nimmer tot persoonlijk voordeel van den werkgever mag strekken, achtten deze bezwaren zeer overdreven en meenden, dat zoodanige bepaling, die trouwens in tal van buitenlandsche wetten voorkomt, alleszins aanbeveling verdient. Zoo zou kunnen worden voorgeschreven, dat de opbrengst moet worden gestort in een zieken- of ondersteuningsfonds ten behoeve der arbeiders. Maar verder wees men er op, dat, ook met handhaving van het beginsel, dat de opbrengst niet ten bate van den werkgever mag komen, aan die opbrengst toch nog wel eene andere bestemming dan juist in het belang van den arbeider kan worden gegeven; eene bestemming, waartegen de bezwaren in de Memorie van Toelichting aangevoerd, niet kunnen gelden. Zoo ware te bepalen, dat de opbrengst aan de armenzorg of aan een ander liefdadig doel ten goede zal komen. Ook zou in een ander opzicht het voorbeeld van het
plaats,
en
hierop
was men van
terug,
oordeel,
;
ontwerp-DRUCKER kunnen worden gevolgd en kunnen worden bepaald, dat de bestemming der op te leggen boeten in het reglement of de arbeidsovereenkomst nauwkeurig zou moeten zijn aangegeven. Opgemerkt werd, dat in het artikel wel is aangegeven, onder welke voorwaarden in een reglement en eene arbeidsovereenkomst eene bepaling of een beding omtrent boete mag voorkomen, maar niet is bepaald, dat het opleggen van boete buiten reglement of arbeidsovereenkomst om, verboden is. Men vroeg, of ook hieromtrent niet eene bepaling behoorde te worden op^
genomen. Door anderen werd aangevoerd, dat van het opleggen van boeten rechtens geen sprake kan zijn, wanneer niet reglement of overeenkomst daartoe de bevoegdheid verleent. Er werd op gewezen, dat de bepaling van het eerste lid niet volledig is; niet alleen moet de eisch worden gesteld, dat de boete in het reglement zij aangegeven, maar eveneens, dat uit-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's