Sociale hervormingen - pagina 320
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
3o8 ondergeschikt te laten blijven aan den onwil van de zooveel kleinere klasse van patroons. Eene vierde groep was van meening, dat men op het gebied van arbeidswetgeving, bij de beoordeeling van eischen en bij het overwegen van voorgestelde maatregelen, zoowel het natuurlijk doel van den arbeid, de verkrijging van levensbenoodigheden, in het oog moet houden, als de natuur van het arbeid verrichtend wezen, namelijk van den mensch als redelijk wezen, wiens arbeidskracht begrensd is, een wezen met verschillende behoeften, ook van anderen dan stoffelijken aard, een wezen, dat zich gedurende lange jaren lichamelijk en geestelijk moet ontwikkelen, dat in een gezin leeft, een wezen eindelijk, dat natuurlijke, onvervreemdbare plichten en rechten heeft. Dit tweeërlei oogpunt moet, zeiden zij, worden vastgehouden eiken vorm dien het oeconomisch leven kan aannemen; ook bij zelfs waar ieder in werkelijkheid de vrije beschikking heeft over zijne eigen arbeidskracht, maar vooral daar, waar middellijk of onmiddellijk op het inkomen van den arbeid en op de arbeidsvoorwaarden invloed wordt uitgeoefend, waar twee groepen, die van werkgevers en die van arbeiders, tegenover elkander staan. In bijzondere mate is dit het geval bij de grootindustrie, welke thans het grootste gebied van het oeconomisch leven beslaat. Immers, bij de hedendaagsche productiewijze, waarbij wordt voortgebracht voor de wereldmarkt en met de felle mededinging op die markt moet worden rekening gehouden, kan het niet anders, of het streven van den ondernemer moet, meer dan anders, gericht zijn op verlaging der productiekosten, waartoe, behalve het loon, ook de uitgaven voor de in het bedrijf benoodigde inrichtingen enz. behooren. Te bedenkelijker wordt voor den arbeider dit streven, nu de in de groot-industrie gebezigde krachtwerktuigen hem noodzaken zijnen arbeid aan te passen aan dien van de onvermoeibare, door geen eischen van menschelijk leven in hun arbeidsvermogen beperkte werktuigen.
Het kan geen verwondering baren, wanneer als gevolg van een en ander, dikwijls zelfs op schromelijke wijze, inbreuk wordt gemaakt op natuurlijke rechten van hen, die alleen door handenarbeid hun bestaan kunnen vinden. Zoo wordt vaak verzuimd bij de inrichting van fabrieken en werkplaatsen die voorzorgsmaatregelen te nemen, welke noodig zijn om gezondheid en zedelijkheid der arbeidende personen niet meer in gevaar te stellen dan onvermijdelijk is, en menigmaal wordt zelfs, door het bezigen van grond- of hulpstoffen, waarvan het gebruik ziekte en dood ten gevolge moet hebben, het leven der arbeiders bedreigd. Zoo wordt in plaats van de arbeidskracht van mannen gebruik gemaakt van krachten, welke tegen eene geringere belooning verkrijgbaar zijn of welke voor een bepaalden arbeid geschikter zijn, maar welke behooren aan personen die óf, zooals bij den kinderarbeid, het natuurlijk recht hebben op lichamelijke en geestelijke ontwikke-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's