Sociale hervormingen - pagina 256
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
;
246
om
voor de werkliedeu, die niet verzekeringsplichtig vreemdeling en geen Rijksingezetene zijn, het aequivalent der premie aan het Rijk te betalen. Met de vraag, te wiens laste dat bedrag komt, zal de regeling zich niet inlaten art. 8 1 betreft uitsluitend de premie en is dus niet van toepassing ten aanzien van het aequivalent der premie. Van de verplichting om bedoeld aequivalent te betalen zal de werkgever in sommige gevallen behooren te kunnen w-orden ontheven. Zijn de vreemde werklieden gedurende den tijd in Nederland doorgebracht, in het land, waar de onderneming in welker dienst zij alhier werkzaam zijn gevestigd is, onderworpen aan een verplichte invaliditeits- of ouderdomsverzekering, dan zal voor hen elders een premie worden betaald, zoodat het belang
opgelegd zijn,
omdat
zij
onzer industrie het niet noodzakelijk maakt hier het aequivalent der premie te heffen. En ook indien de werkman niet aan een verplichte verzekering in een ander land onderworpen is, moet de werkgever ontheven kunnen worden van de betaling van het aequivalent der premie ten aanzien van werklieden, tijdelijk hier werkzaam in dienst eener in het buitenland gevestigde onderneming tot vervoer van personen of goederen, hetzij te land, hetzij te water. Met bedoelde regeling wordt mede beoogd, door het verleenen aan buitenlandsche ondernemingen van ontheffing van de verplichting om het aequivalent der premie te betalen, soortgelijke voordeden te verkrijgen voor onze industrie, als deze tijdelijk in het buitenland werkzaam is. Zijn onze werklieden gedurende tijdelijke werkzaamheden in een vreemd land ook daar aan een verplichte ouderdoms- of invaliditeitsverzekering onderworpen, zoodat door of voor hen een dubbele premie zoude moeten worden betaald (art. 11 n. i), dan zal hunne vrijstelling van de verplichte verzekering in dat land de voorwaarde zijn voor het verleenen van ontheffing aan ondernemingen uit dat land van de in litt. u van dit artikel bedoelde verplichtingen, (i). c. De werkman, die verzekerd is op het tijdstip, waarop ontheffing van den verzekeringsplicht verkrijgt, blijft verzekerd, en heeft ingeval van blijvende invaliditeit of ouderdom aanspraak op rente, indien de wachttijd vervuld is, maar zijn rente wordt in het stelsel van de artt. 33 en 34 lager, doordien hij gedurende de ontheffing niet gestort heeft. Over den tijd der ontheffing mag de werkman niet storten. Willekeur zou ten nadeele van het fonds strekken de onthevenen, die reden hadden te vreezen spoedig invalide te worden, zouden niettegenstaande de ontheffing storten, de overigen niet. Hij, die voor altijd ontheven is, mag dus nooit meer storten.
Litt.
hij
;
(i) niet
Dat in de Duitsche inraliditeitswet bepalingen, berustende op wederkeerigheid, ontbreken, blijkt uit § 26 en § 48, eerste lid, no. 4 der wet van 1899. Zie § 4 der wet van 1899 en bijlage IV, blz. 301 en vig. in de uitgave dier wet
ook door VON
WOEDTKE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's