Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 256

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 256

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

3 minuten leestijd

312

Art. 1637 f. Terecht werd door de vele leden, die zich met de bepaling van dit artikel konden vereenigen, er op gewezen, dat dit ontwerp niet de aangewezen of geschikte plaats is om het arbeiden van gehuwde vrouwen tegen te gaan. In dit gewichtig volksbelang te voorzien, is de taak der publiekrechtelijke wetgeving op het gebied van den arbeid. Doch zoolang de Arbeidswet niet het arbeiden aan alle gehuwde vrouwen, zonder onderscheid, verboden heeft, zal de wettelijke regeling van het arbeidscontract bepalingen moeten behelzen, krachtens welke de gehuwde vrouw als arbeidster wettiglijk eene arbeidsovereenkomst kan aangaan. Wat de regeling zelve betreft, veroorlooft de ondergeteekende zich, in aansluiting bij de Memorie van Toelichting, er de aandacht op te vestigen, dat de heerschende practijk ten spijt van het geldende recht in dit opzicht duidelijk heeft aangetoond, hoezeer de natuur zich zelve de overhand weet te ver-

schaffen boven daarmede strijdige rechtsvoorschriften. Nogmaals trachten de practijk te dwingen eenen weg in te slaan, dien zij blijkbaar niet betreden wil of kan, ware een arbeid, van te voren tot onvruchtbaarheid gedoemd. Daarom zoude de ondergeteekende het niet raadzaam achten voor de gehuwde vrouw dezelfde regeling te treffen als voor den minderjarige. Waar de verhouding van vrouw tot man nimmer gelijk kan of mag zijn aan die van het minderjarig kind tot zijn vader of voogd, zoude eene wettelijke regeling, welke op zoodanige gelijkstelling werd

te

gegrondvest, als steunende op eene onwaarheid, in hare werking geen welslagen kunnen erlangen noch verdienen. Wat de aanduiding der bevoegdheden van de gehuwde vrouw betreft, moge het waar zijn, dat leemten wel zijn aan te vullen men zie echter niet over het hoofd, dat die aanvulling, wanneer de regeling eenmaal wet geworden is, bij afzonderlijke wet moet geschieden en dus slechts plaats zal vinden, wanneer de onvolledigheid der opsomming, tot nadeel en ongerief van velen, in de practijk zal zijn gebleken. Uit de zoo ruim gekozen uitdrukking: „zij staat in alles, wat op de gesloten arbeidsovereenkomst betrekking heeft, gelijk met een ongehuwde meerderjarige", zou de rechter, naar den ondergeteekende toeschijnt, zonder aarzeling afleiden, dat de gehuwde vrouw bevoegd is zonder eenigen bijstand van haren man eene rechtsvordering in te stellen in verband met eene door haar aangegane arbeidsovereenkomst. In de algemeenheid zijner bewoordingen bevat dit artikel dus eene uitzondering op art. 165 van het wetboek. In verband met de terminologie van de artt. 1356, 1365, 1366 en 1367, welke het ontwerp in het algemeen regelen, komt het wenschelijk voor ook hier en in de twee volgende artikelen te ;

gewagen van „bekwaam", te bezigen.

in

plaats

van het woord „bevoegd"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 256

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's