Sociale hervormingen - pagina 147
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
409
van
of naar de klassen der bemanningen. de bemanning behoorende, voor wie geen afzonderlijk gemiddeld bedrag is vastgesteld, komt in aanmerking ^j^ gedeelte van het voor volmatrozen vastgestelde gemiddelde bedrag. Bij „Bekanntmachung des Reichskanzlers" van 22 Augustus iSgg zijn de loonen vastgesteld. Voor de overige verzekerden en de personen werkzaam in het sleepers- en lichtersbedrij f, geldt, behalve de later te noemen uitzonderingen, de volgende regeling: Als jaarloon wordt aangenomen, voor zoover dit niet berekend kan worden uit bedragen, welke ten minste bij de week worden vastgesteld, het driehonderdvoud van de gemiddelde dagelijksche verdienste. In bedrijven, waarin gewoonlijk een grooter of geringer aantal dagen in het jaar gearbeid wordt, wordt het werkelijk aantal werkdagen als grondslag van de berekening van het jaarloon aangenomen. Tevens stelt de wet regelen ter berekening van het loon van den werkman, die op het tijdstip van het ongeval nog geen vol jaar is werkzaam geweest. Voor de personen, werkzaam in de kleine zeevaart, (dus ook voor den zeevisscher met uitzondering van hem, die w^erkzaam is op een stoomschip of haringlogger) wordt het jaarloon berekend naar het driehonderdvoud van het dagloon van een gewoon werkman ter plaatse, waar de onderneming is gevestigd. soort
vaartuigen
Voor personen,
tot
Opbrenging der middelen tot dekking. De middelen tot dekking worden door bijdragen opgebracht, welke jaarlijks over de leden der Berufsgenossenschaft worden omgeslagen. De middelen dienen tot dekking van de schadeloosstelhngen, van de administratiekosten, van het reservefonds, van premiën voor de redding van verongelukten en van de onkosten der voorschriften ter voorkoming van ongevallen. Tevens kunnen door de Genossenschaft sanatoria worden opgericht met toestemming van het ReichsVersicherungsambt, welke kosten eveneens onder de middelen tot dekking zijn begrepen. Geldt voor de koopvaardij vaart en de visscherij op stoomschepen en haringloggers het „Umlageverfahren",
ten
aanzien
der
kleine
worden de middelen
zeevaart
en
overige
zeevis-
dekking opgebracht volgens het „Kapitaldeckungsverfabren". Hier worden de middelen opgebracht door bijdragen, welke door het Reichs-Versicherungsambt voor eene periode van vijf jaren vooruit worden vastgesteld en zoo berekend worden, dat daardoor, buiten de overige verplichtingen van de Versicherungsanstalt, de kapitaals waarde der vermoedelijk te betalen renten gedekt wordt. Bij Bekanntmachung van 23 Januari 1903, is door het Reichs-Versicherungsambt bepaald, dat voor ieder „erwerbsthatige" persoon een bijdrage van 7 mark per jaar geheven zal worden (Amtliche Nachrichten 1903, scherij
tot
bladz. 255).
Rust
bij
de groote zeevaart de
last
der verzekering geheel op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's