Sociale hervormingen - pagina 113
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
375
ook zoo men de tijdelijke uitkeering in rekening brengt, van het ongeval minder zal ontvangen dan 70 pet. van het loon, dat hij, ware hij niet door het ongeval getroffen, over het afgeloopen seizoen zou hebben verdiend. Men vergete niet dat de verzekerde steeds 70 pet. ontvangt van zijn dagloon. Nam men bij de vaststelling van de tijdelijke uitkeering alleen het gefingeerde dagloon van den getroffene als basis, dan zal hij slechts ten deele worden schadeloosgesteld. Immers het dagloon is berekend over een vol jaar, na aftrek der Zondagen en algemeen erkende Christelijke feestdagen. Een haringvisscher, die ongeveer 150 werkdagen per jaar heeft zal een gefingeerd
dat
hij,
tengevolge
X
X
waarbij x voorstelt de 309 150^ gemiddelde verdienste per jaar berekend uit een reeks van jaren. KJrijgt hij nu een ongeval in den tijd, dat hij deelneemt aan de haringvisscherij, dan zou hij indien de tijdelijke uikeering uitsluidagfloon *
tend
hebben van
en niet van
naar het dagloon werd berekend, 70 pet. van
ontvangen
terwijl
hij
X
per dag 309 per dag ten gevolge van het ongeval in
werkelijkheid derft 70 pet. van
—— zijnde
ij
^
de totale verdienste
in het seizoen, waarin het ongeval gebeurt. Werd dus zijn dagloon als basis aangenomen, dan zou in vele gevallen het dagloon vermenigvuldigd met het aantal dagen, dat hij aan de visscherij heeft deelgenomen, niet gelijk zijn aan het loon dat hij in dien
heeft kunnen besommen. Ten einde te voorkomen, dat de vaste
tijd
zeevisscher meer bevoor- of benadeeld wordt dan krachtens een goede ongevallenverzekering noodig is, is in deze artikelen bepaald, dat na afloop van het seizoen, waarin het ongeval is voorgevallen, eene nadere verrekening zal plaats vinden, zoodat de verzekerde ten slotte als tydelijke uitkeering eene vergoeding zal ontvangen, welke gelijk staat met 70 pet, van het loon dat hij in de zeevisscherij in het seizoen van het ongeval tengevolge van het ongeval heeft gederfd.
Op welke wijze de afrekening volgens de artikelen 42 tot en met 48 plaats vindt, mogen enkele voorbeelden verduidelijken. Gesteld, dat de aanvang van het haringseizoen is vastgesteld op I Maart en het einde op 15 December. Voor een matroos ter haringvisscherij op een sloep is het dagloon vastgesteld op f 1.50.
Vóór
I Juni, op welken datum de eerste haringreis aanvangt, de matroos werkzaam op het erf van zijn reeder en ontvangt hij voor die werkzaamheden eene geringe toelage, hetzij in den vonn van een handgeld, hetzij in den vorm van een gering weekloon. Stel, dat hij als loon van zijn werkgever tot i Juni heeft ontvangen f25.
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's