Sociale hervormingen - pagina 68
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
58
De
arbeiders stellen grooten prijs op de ouderdoms verzekering, omdat zij daardoor de laatste jaren van hun leven rust zullen kunnen genieten. Zal echter dit doel bereikt worden, dan mag de ouderdomsrente niet lager zijn dan de invaliditeitsrente, omdat dan niet voldoende zoude zijn voor het onderhoud van den zij werkman en deze dus tot zijn dood of tot het intreden van invaliditeit zou moeten werken. Aan een regeling, waarin de ouderdomsrente even hoog is als de invaliditeitsrente, is bovendien uit een practisch oogpunt een voordeel verbonden. Onder de werklieden, die den ouder-
ook
domsleeftijd bereikt hebben, zijn vele invaliden. De arbeidskracht van hen, die bij het bereiken van dien leeftijd nog niet blijvend invalide zijn, neemt snel af. Is de ouderdomsrente lager dan de invaliditeitsrente, dan zal het aantal aanvragen van werklieden, in het genot van ouderdomsrente, om invaliditeitsrente, zeer groot zijn; hij, wiens aanvrage afgewezen wordt, zal zeer spoedig een nieuwe aanvrage om invaliditeitsrente indienen. Door de ouder-
domsrente even hoog te maken als de invaliditeitsrente wordt dus een groot aantal aanvragen om invaliditeitsrente, in twijfelachtige en dus moeilijk te beslissen gevallen, voorkomen. De ouderdomswachttijd zal toch, althans na het overgangstijdperk, bijna altijd vervuld zijn bij het bereiken van den ouderdomsleeftijd en de verzekerde zal, waar beide renten even hoog zijn, uit den aard der zaak niet invaliditeits- maar ouderdomsrente vragen. Ook de Staatscommissie was van oordeel, dat de ouderdomsrente even hoog behoort te zijn als de invaliditeitsrente (i). De regeling gaat dus hiervan uit, dat het bereiken van den leeftijd van 70 jaren een wettelijk vermoeden oplevert, dat de geschiktheid tot werken voor een gedeelte verloren is. Is bij het bereiken van dien leeftijd of wordt daarna de ouderdomswachttijd vervuld, dan heeft de verzekerde, al is hij nog in staat door arbeid in zijn onderhoud te voorzien, aanspraak op een ouderdomsrente, welke even hoog is als de invaliditeitsrente. Ondergeteekenden zouden gaarne voorgesteld hebben de ouderdomsrente te doen ingaan met den leeftijd van 65 jaren, maar dan zoude óf de premie hooger, óf de rente lager, óf de bijdrage van het Rijk grooter moeten zijn. Waar geen van drieën wenschelijk wordt geacht, kan de leeftijd niet op lager dan 7 o jaren
worden
gesteld.
Behooren ook vrouwen aan den verzekeringsplicht te wor§ 3. den onderworpen? De vrouw, die door arbeid in haar onderhoud voorziet, houdt in de meeste gevallen, als zij een huwelijk aangaat, hetzij voor altijd, hetzij voor korter of langer tijd op met het verrichten van loonarbeid. Zij is dan in den regel niet in staat de premiebetaling voort te zetten. (1) Versl.ig Sta.itsc., bladz.
83.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's