Sociale hervormingen - pagina 317
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
305
mogen verwachten,
dat de zedelijke waarde van den mensch en de belangen der nijverheid als uitgangspunt zouden zijn genomen. Hiertegenover werd opgemerkt, dat slechts eene zeer oppervlakkige lezing aan het woord „arbeidsvermogen" de beteekenis van „praestatie- vermogen" kan doen hechten. Het woord is wellicht minder gelukkig gekozen, maar uit al wat verder volgt en uit het verband, dat tusschen den arbeider en zijn gezin gelegd wordt, blijkt, meenden de hier aan het woord zijnde leden, ten duidelijkste, dat met „arbeidsvermogen" geenszins een materieel begrip wordt aangeduid, maar veeleer de belangen, zoo van geestelijken als van stofFelijken aard, van allen die bij den arbeid betrokken zijn. Eene derde grief tegen de motiveering des Ministers was, dat met partij wordt gekozen tegen de opvatting, als zou arbeid mogen worden beschouwd als eene koopwaar, welker prijs zich regelt naar vraag en aanbod. Gaarne zou men hebben gezien, dat in de Memorie van Toelichting uitdrukking ware gegeven aan het besef, dat de arbeider die tegen betaling zijn arbeidskracht levert, daarmede tevens een deel van eigen bestaan inboet. Anderzijds werd de opmerking gemaakt, dat dit onderwerp met het tegenwoordig wetsvoorstel slechts in zijdelingsch verband staat. Dat overigens deze Regeering zich volkomen bewust is van het bijzonder karakter, dat aan de arbeidskracht als „waar" op de verkeersmarkt eigen is, scheen voldoende te blijken uit hetgeen daaromtrent door haar in de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp tot regeling van de arbeidsovereenkomst (i) is ingeschreven. Ook onder de leden die zich met voorbedoelde bedenkingen tegen de door de Regeering aangegeven algemeene motiveering van het westontwerp niet konden vereenigen, waren er, wie deze motiveering zelve niet kon bevredigen. Zeker ligt in het aangevoerde eene aanleiding voor de Overheid om tot bescherming van den arbeid over te gaan, maar de aanleiding moet niet uitsluitend daarin worden gezocht; er zijn voor die bescherming andere overwegingen, welke van meer belang en meer afdoende zijn. De hier aan het woord zijnde leden erkenden, dat over het algemeen eene Memorie van Toelichting geen wijsgeerig betoog behoeft te bevatten en kan volstaan met eene motiveering, welke den beganen grond niet verlaat en door de meesten kan worden aanvaard. Intusschen meenden zij, dat in het onderhavig geval nadere ontwikkeling van den grondslag van de voorgestelde bescherming niet overbodig ware geweest. Het geldt hier toch de quaestie, hoever men bij de wettelijke bescherming van den arbeid wil gaan en, waar daaromtrent bij verschillende groepen een niet weg te cijferen meeningsverschil bestaat, daar scheen het in hooge mate wenschelijk, dat men zich duidelijk uitspreke omtrent de niet
;
(i) Zitting iir.
1903— 1904,
Gedrukte Stukken,
n".
137,
1904— 1905
n»
33
20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's