Sociale hervormingen - pagina 135
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
123
van jongens, meisjes en bovendien vrouwen, die geheel belangeloos met een uitnemend doel hunne gaven ter beschikking stellen, aan te merken als arbeid in den zin der wet. Ten einde ontduikingen tegen te gaan bepaalt het ontwerp, dat slechts die werkzaamheden buiten het bereik der wet vallen, die uitsluitend met een liefdadig doel worden verricht. Daaruit volgt, dat het deelnemen aan een concert door iemand, die zich daarvoor doet betalen, wordt geacht als in of ten behoeve van een bedrijf te hebben plaats gehad, ook al komt de opbrengt van de entreegelden ten goede aan eene instelling, die geen ander dan een liefdadig doel beoogt.
zaamheden
ArL
Aanleiding tot het opnemen van dit artikel is gevonden van den Hoogen Raad van 2 December 1901, Weekblad van het Recht, n". 7700. De Hooge Raad besliste, dat de industrieschool voor meisjes te Arnhem niet aan de werking der Veiligheidswet is onderworpen. Overwogen werd daarbij, dat aan het woord „bedrijf", dat in de Veiligheidswet voorkomt, de beteekenis moet worden toegekend, welke het in het dagelijksche leven heeft, terwijl niet kan worden geacht dat eenig bedrijf wordt uitgeoefend in den zin van het dagelijksche leven, wanneer bij de werkzaamheden het geven van onderwijs aan meisjes op den voorgrond stond en aan dat doel de vraag, óf en welke werkzaamheden zouden worden verricht, moest worden getoetst. Door deze bes issing heeft de Hooge Raad met de vroeger vrij algemeen gehuldigde opvatting gebroken. Uit de geschiedenis der Veiligheidswet blijkt, dat zoowel de Volksvertegenwoordiging als de Regeering eenstemmig beoogden de ambachts- en vakscholen aan de werking der wet te onderwerpen. Ook de ondergeteekende is van oordeel, dat er alleszins aanleiding bestaat om inrichtingen van vakonderwijs aan de bepalingen der wet te onderwerpen wanneer blijkt, dat daarin eenig bedrijf in den zin, die daaraan vroeger algemeen werd gegeven, wordt uitgeoefend. Waar in het algemeen inrichtingen, waarin een bedrijf wordt uitgeoefend, aan de werking der wet onderworpen zullen zijn, schijnt het niet wenschelijk voor de inrichtingen van vakonderwijs in dat opzicht eene uitzondering te maken. Dat overigens er alleszins aanleiding bestaat om een aantal inrichtingen van vakonderwijs onder de wet te brengen, blijkt uit het verslag van den inspecteur van den arbeid in de 8ste inspectie over de jaren igoi en 1902. Daar wordt medegedeeld, dat eene ambachtsschool, die kort geleden is opgericht, reeds kort na de opening veel te klein bleek en vergroot werd. Voor de uitbreiding was op den zolder een teekenkamer ingericht juist boven de smederij door de naden van den vloer drong van alle zijden rook en stof uit de smederij, terwijl de gaslampen zoo dicht bij de schuine dakbeschieting stonden, dat de planken daarboven verkoold waren. Doelmatige waschgelegenheden waren in
het
3.
arrest
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's