Sociale hervormingen - pagina 553
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
609 brief
worden voldaan ten kantore der
posterijen, in artikel 69
bedoeld.
Het tweede en derde
lid
van
artikel 69 zijn
van toepassing.
Artikel 72.
premie voor het geheel of voor een deel binnen den bepaalden tijd voldaan, dan maant het bestuur der Rijksverzekeringsbank den nalatigen werkgever bij te adviseeren dienstbrief aan, om alsnog binnen acht dagen na de dagteekening van het bewijs van adviseering het vastgestelde bedrag te betalen ten kantore der posterijen, binnen welks kring hij zijne woonplaats heeft. Volgt op deze aanmaning de betaling binnen den gestelden termijn niet, dan vaardigt de voorzitter van het bestuur der Rijksverzekeringsbank een dwangbevel uit, medebrengende het recht van parate executie, dat wordt executoir verklaard door den president der arrondissementsrechtbank binnen wier rechtsgebied de Rijksverzekeringsbank is gevestigd. Het dwangbevel wordt beteekend en ten uitvoer gelegd op de wijze bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven. Het dwangbevel kan in het geheele Rijk worden ten uitvoer Is eenige vastgestelde
niet
gelegd.
Het
laatste lid
van
artikel 69 is
van toepassing.
Artikel 73.
Hetgeen verder noodig is voor de uitvoering der artikelen 58 en met 7 2 wordt bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld.
tot
Artikel 74.
De werkgever kan
door Ons, op
zijn verzoek,
worden toege-
laten om ten aanzien van één of meer ondernemingen hetzij zelf het risico te dragen der bij deze wet geregelde verzekering van zijn werklieden of van zich zelf, hetzij dit over te dragen aan eene naamlooze vennootschap of rechtspersoonlijkheid bezittende
vereeniging, daaronder begrepen eene wederkeerige verzekeringsof waarborgmaatschappij. Bij de toelating wordt, indien zulks in het verzoekschrift is verzocht, bepaald, dat de toelating zich ook uitstrekt tot den rechtverkrijgende van den werkgever, die hem als werkgever in de onderneming mocht opvolgen. De toelating om zelf het in het eerste lid bedoelde risico te dragen geschiedt, tenzij de werkgever de Staat is, niet, voordat de wetgever, tot zekerheid voor de nakoming zijner uit deze wet voortvloeiende verplichtingen, aan de Rijksverzekeringsbank een pand heeft gegeven of te haren behoeve hypotheek heeft gesteld, een en ander voldoende aan de daaromtrent bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen voorschriften. Indien de toelating zich ook uitstrekt tot den rechtverkrijgende van den werkgever, strekt de gestelde zekerheid tevens tot waarborg 11.
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's