Sociale hervormingen - pagina 550
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
6o6 lijke
arbeid,
welke
jaarlijks
gemiddeld benoodigd
is
om
in
de
onderneming
het verzekeringsplichtige bedrijf uit te oefenen (arbeidsbehoefte). Voor het aanwijzen eener gevarenklasse en het schatten der arbeidsbehoefte wordt als grondslag genomen de toestand van de onderneming, zooals deze was in het jaar voorafgaande aan dat, waarover de premie is verschuldigd. Bij aanvang van den verzekeringsplicht in het loopende boekjaar wordt voor het aanwijzen eener gevarenklasse en het schatten der arbeidsbehoefte de toestand der onderneming genomen, zooals deze is in het jaar, waarin de aanwijzing en schatting plaats heeft. Aan den werkgever, die is toegelaten tot het dragen van het in artikel 74 bedoelde risico of tot het overdragen van dat risico, wordt, indien zijne onderneming in eene gevarenklasse wordt ingedeeld voor de berekening van het voor de onderneming verschuldigde aandeel in de administratiekosten, van die indeeling door de commissie van aanslag bij te adviseeren dienstbrief kennis gegeven, met vermelding der gronden, waarop de indeeling steunt. Tevens geeft de commissie van aanslag van deze indeeling kennis aan het bestuur der Rijksverzekeringsbank.
Artikel 60.
Ter vaststelling van de arbeidsbehoefte van de onderneming schat de commissie van aanslag het aantal en de soort van verzekerden benevens het aantal arbeidsdagen van die verzekerden, een en ander benoodigd geweest of benoodigd om in het jaar, dat als grondslag van de schatting wordt aangenomen, in de onderneming het verzekeringsplichtige bedrijf uit te oefenen. Artikel 61.
Door den werkgever is premie verschuldigd over het bedrag, dat verkregen wordt door het getal aanwijzende het aantal arbeidsdagen van de verzekerden van elke soort, welke volgens de schatting, bedoeld in artikel 60, geacht worden in de onderneming werkzaam te zijn, te vermenigvuldigen met het dagloon van die verzekerden. Voor de berekening der premie voor volontairs, leerlingen en dergelijke personen en voor de personen, bedoeld in het tweede lid van artikel 20, wordt het dagloon genomen, dat voor deze personen zou gelden, indien zij in het jaar, dat als grondslag van de schatting wordt aangenomen, door een ongeval in verband met de uitoefening van het bedrijf waren getroffen, dat aanspraak zou hebben gegeven op eene rente of eene voorloopige rente. Artikel 62.
De werkgever den in
is
verplicht vóór het einde van het boekjaar aan
voorzitter van de commissie artikel
van aanslag der gemeente, bedoeld 58 kennis te geven van elke in dat jaar voorgevallen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's