Sociale hervormingen - pagina 134
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
;
I2 4
zulke gevallen schijnt het wenschelijk den rechter in de gelegenheid te stellen, eene bovenmatige straf te verlichten. Art.
163QU.
Ook
zonder opzettelijke bepaling zou waarschijn-
worden aangenomen, dat degene die door zijne schuld aan de wederpartij aanleiding geeft, wegens grondige redenen de dienstbetrekking te verbreken, tot schadevergoeding gehouden is. Ten einde elke onzekerheid uit te sluiten, schijnt echter een wetsvoorschrift raadzaam verg. Zwits. Verbintenissenrecht, art. 346 Burg. Wetb. v. h. Duitsche Rijk, § 628, lid 2; herzien Duitsch lijk
;
Handelswetboek,
§
70, lid 2.
Voor
aansprakelijkstelling van den werkgever, die een gezonden arbeider in dienst neemt, bestaat geen reden.
weg-
Art. 639 ?7. De aanspraak op schadeloosstelling moet binnen een betrekkelijk kort tijdsverloop door partijen worden geldig gemaakt. Zoo spoedig mogelijk behooren de verwikkelingen, welke uit de eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking kunnen ontstaan, te worden ontward en moet aan een tot op zekere hoogte ongeregelden toestand een einde komen. 1
Art. 1639 w. Dit artikel strekt om art. 1637 B. W. (= art. 1780 C. C.) door eene meer rationeele bepaling te vervangen. De beteekenis van art. 1637 B. W. staat niet volkomen vast; de meeste schrijvers achten eene overeenkomst, in strijd met dat artikel aangegaan, geheel nietig 1); wordt deze leer gevolgd, dan kunnen beide partijen zich na jaren eensklaps op de nietigheid der overeenkomst beroepen, hetgeen zeer ten nadeele kan zijn van den arbeider, in wiens belang toch het artikel in de eerste plaats is geschreven. In elk geval is, gelijk DlEPHUlS duidelijk heeft uiteengezet, de practische waarde van het artikel gering. Het doel voorkoming van drukkende verplichtingen voor partijen, en vooral voor den arbeider, ten gevolge van lichtvaardig gesloten overeenkomsten voor langen tijd wordt veel beter bereikt door, op het voetspoor van verscheidene nieuwere wetgevingen (Saks. Burg. Wetb. § 1234; Zwits. Verbintenissenrecht, art. 345 Burg. Wetb. v. h. Duitsche Rijk, § 624, en Invoeringswet, art. 95), bij eene overeenkomst, die voor langen duur is aangegaan, aan partijen de bevoegdheid te geven, na verloop van zekeren termijn door opzegging de dienstbetrekking te doen eindigen 2). Ten einde zooveel mogelijk den rechtstoestand van beide partijen gelijk te maken is, in afwijking van sommige buitenlandsche wetten, de bevoegdheid tot opzegging niet alleen aan den arbeider, maar ook aan den werkgever toegekend.
oud
—
—
;
Zie Diephuis, t. a. p. Dl. XII, bladz. 317, en de daar aangehaalde schrijvers; 1) verder Guillouard, t. a. p., n. 712; Pic, t. a. p., I, bladz. 423 en vlg. Anders, behalve Troplong, thans ook Cornil, t. a. p., bladz. 43 en vlg. 2) Dergelijke regeling is ook aanbevolen door mr. FOKKER, Handelingen der Juristen-vereeniging, 1894, I, bladz. 18 1, en door Tartufari, t. a. p., bladz. 31 en vlg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's