Sociale hervormingen - pagina 236
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
;
226
van den werkman, geeft dezen geen recht op ontheffing, omdat daardoor zijn ouden dag niet verzekerd heeft. Om dezelfde reden komt niet in aanmerking de uitkeering, welke vóór het bereiken van den leeftijd van 55 jaren geschieden moet: de verzekering zal dan in den regel voor andere doeleinden gesloten zijn. Krachtens het tweede lid heeft de werkman recht op ontheffing, indien het verzekerde bedrag hem nog uitgekeerd moet worden het derde lid voorziet in het geval, dat het verzekerde bedrag den werkman uitgekeerd is hetzij vóór het in werking treden van art. i, hetzij tusschen dat tijdstip en de indiening van het
hij
om ontheffing. ontheffing wordt voor altijd verleend; de werkman kan, na het verkrijgen van ontheffing, nooit bij de Bank verzekerd worden. Hij moet de ontheffing vragen, voordat hij verzekerd wordt; is hij eens uit eigen hoofde bij de Bank verzekerd, dan is er geen reden hem op dien grond ontheffing te verleenen. Ten slotte zij opgemerkt, dat in dit zoowel als in het volgende artikel gehandeld wordt over een pensioen of een rente, waarvan de uitkeering nog niet is aangevangen. In de regeling, bedoeld in litt. c van art. 138, zal den werkman, die in het genot een pensioen of een rente, voor zijn geheele leven toeis van gekend, niet lager dan 104 gulden per jaar, recht op ontheffing van den verzekeringsplicht worden gegeven ook in dat geval zal echter, indien de Bank dit vordert, moeten worden aangetoond, dat de uitkeering van het pensioen of de rente
verzoek
De
;
voldoende verzekerd
is.
Art. 109. Het artikel geeft den werkman geen recht op ontheffing en stelt geen vereischten ten aanzien van het bedrag dat aan rente of kapitaal verzekerd moet zijn enz. Het bestuur der Bank zal in elk voorkomend geval beoordeelen of er termen tot ontheffing zijn. Het verzoek zal toegestaan behooren te worden, indien redelijkerwijze aangenomen mag worden, dat de verzoeker door de verzekering gevrijwaard is tegen gebrek op zijn ouden dag. Een voorbeeld van werklieden, aan wie krachtens dit artikel ontheffing zal kunnen worden verleend, vindt men in bijlage IV (bladz. 199) van het verslag der Staatscommissie. Op 31
December
1892 waren
bij de Nationale Levens verzekeringsbank voor een pensioen verzekerd 2083 werklieden voor een gezamenlijke rente van f58051,98; d. i. dus per hoofd en per jaar f 27. Dit cijfer hangt samen met het gevolgde systeem, dat hierin bestaat, dat de werklieden niet voor een vooraf bepaald bedrag worden verzekerd, maar bij elke nieuwe storting het bedrag van het pensioen naar den bereikten ouderdom vermeerderd wordt. Dergelijke werklieden zouden, voorzoover zij van het in art. 108 genoemde tijdstip af niet voor 104 gulden per jaar verzekerd zijn, niet onder dat artikel vallen, terwijl er alleszins termen kunnen zijn om hun ontheffing te verleenen.
te
Rotterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's