Sociale hervormingen - pagina 108
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
96
Tegenwoordige Arbeidswet. Wet
v. 5 Mei 1889 {Stbl. n 48), gewijzigd door: Wet v. 21 Oct. 1902 {StbL n". 185.). Tot de formeele wijzigingen, die de aan de tegenwoordige Arbeidswet ontleende voorschriften hebben ondergaan, kan in de eerste plaats worden gerekend de wijziging in uitdrukking, welke in die voorschriften is aangebracht doordien de uitdrukking doen verrichten van arbeid is vermeden. De thans geldende Arbeidswet behelst geen rechtstreeksch verbod om bepaalden arbeid te verrichten maar verbiedt zekeren arbeid te doen verrichten, Eene overtreding der wet is slechts aanwezig wanneer blijkt van doen verrichten van arbeid. Wanneer iemand geacht moet worden een ander arbeid te doen verrichten en wanneer niet, is niet gemakkelijk aan te geven, maar zooveel staat vast, dat het louter dulden, dat arbeid verricht wordt, niet voldoende is om een strafbaar feit op te leveren. Iets actiefs van de zijde van den patroon is noodig om dezen strafrechtelijk verantwoordelijk I.
laatstelijk
te
kunnen
stellen.
de practijk heeft, zooals trouwens algemeen bekend is, de in de bestaande Arbeidswet gebezigde redactie herhaaldelijk tot ernstig bezwaar aanleiding gegeven. De ondergeteekende gelooft zelfs niet te veel te zeggen indien hij beweert, dat de moeilijkheid in het leveren van bewijs van het doen verrichten van arbeid een der grootste struikelblokken bleek, om de Arbeidswet het nut te doen opleveren, dat van haar verwacht werd. Veelal werd als niet aan de wet onderworpen aangemerkt hetgeen omnium consensu toch verboden behoorde te zijn. Zoo is herhaaldelijk vrijspraak gevolgd in gevallen, waarin wel bleek, dat de patroon bekend was met de omstandigheid, dat verboden arbeid werd verricht, maar waarin niet viel te bewijzen, dat door hem een bepaalde last tot het verrichten van den arbeid was verstrekt. Menigmaal ook werd met gunstig gevolg beweerd, dat de arbeid geheel vrijwillig werd verricht, dat niemand eenige opdracht had gegeven, dat de aanwezigheid van een jeugdig persoon niet bekend was, of dat de arbeid ten behoeve van de werkzame personen vrijwillig werd verricht en door het hoofd of den bestuurIn
der slechts werd geduld. Uit een en ander blijkt voldoende, dat de wet niet volstaan kan met een verbod, om bepaalden arbeid te doen verrichten, maar door het bezigen van eene andere redactie moet trachten te bereiken, dat dan ook hetgeen naar de meening van den wetgever niet toegelaten behoort te zijn, strafbaar zij. Hoe het ontwerp dat doel heeft trachten te bereiken, moge uit een vooorbeeld blijken. Het ontwerp bepaalt bijv. in art. 67, dat jongens, meisjes en vrouwen den daar bedoelden arbeid niet mogen verrichten; vervolgens wordt (art. 73) op het hoofd of den bestuurder van het bedrijf, waarin of ten behoeve waarvan de arbeid plaats had de verplichting gelegd om zorg te dragen, dat in of ten behoeve van dat bedrijf geen arbeid worde verricht, die ingevolge de wet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's