Sociale hervormingen - pagina 205
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
2ÓI
bestuur der Vereeniging van Nederlandsche werkgevers, dat de hier gestelde termijn, waarbinnen het loon zal moeten worden uitbetaald, te kort moet worden geacht voor groote ondernemingen, waar een talrijk personeel op stukloon werkt en waar met de berekening van het aan ieder toekomende vaak meer dan twee dagen zijn gemoeid. Te recht, meenden deze leden, wordt in dit adres verder betoogd, dat hier wel de tweede zinsnede van art. 1638/ uitkomst schijnt te bieden, maar de daar bedoelde afrekening daargelaten dat eene schatting van het daarbedoelde deel van het uurloon in vele gevallen bezwaarlijk kan zijn tot eene vrij ingewikkelde administratie zal leiden. Eenige leden waren het verder eens met het adresseerend bestuur, dat, waar de helft der schuld van den werkgever na weinig meer dan eene maand uitstel als schadeloosstelling zal moeten worden uitbetaald, de hier den arbeider toegekende verhooging buitensporig hoog is te achten. Dit gevoelen werd bestreden door andere leden, die er op wezen, dat de bepaling geen doel zal treffen, wanneer niet de boete op te late uitbetaling van het loon zeer hoog wordt gesteld. Opgemerkt werd, dat in het artikel niet uitdrukkelijk het geval wordt voorzien, dat het door den werkgever verschuldigde loon na aftrek dus van hetgeen volgens de wet kan worden gekort of ingehouden en van hetgeen waarop derden rechten kunnen doen gelden binnen den gestelden termijn ten deele wordt uitbetaald. Zal in zoodanig geval de arbeider de in de wet genoemde verhooging over het nog verschuldigde deel mogen
—
—
—
—
berekenen ?
Het geval werd gesteld, dat het loon binnen den in den ontwerp genoemden termijn niet wordt uitbetaald, niet wijl de werkgever in verzuim is, maar omdat de arbeider wegens ziekte of om andere redenen niet verschijnt ter plaatse, waar de voldoening van het loon moet geschieden. Men kon niet aannemen, dat het in de bedoeling ligt ook dan den arbeider aanspraak op de hier bedoelde verhooging te geven, maar kon anderzijds in het artikel, zooals het thans is geredigeerd, niet lezen, dat het in zoodanig geval niet van toepassing zoude zijn. Opnieuw werd hier opgemerkt, dat bij het ontwerpen van dit artikel, ook blijkens de Memorie van Toelichting, ten onrechte is uitgegaan van de gedachte, dat in de artt. 1638/, 1638 ra, 1638 n en 1638 c, een bepaalde dag voor de uitbetaling van het
loon
is
aangewezen.
Gevraagd werd, of het niet gewenscht ware, te bepalen, dat in den hier genoemden termijn de Zondag niet zal zijn begrepen. Art. 1638
Sommige
leden waren van oordeel, dat de aan„Behalve bij het eindigen der dienstbetrekking" niet in het eerste, maar in het tweede lid thuis behooren. Daar zouden zij rationeel zijn, hier werd de zin dier r.
vangswoorden van het
artikel
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's