Sociale hervormingen - pagina 179
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
235
van den arbeid" over 1895 en 1896; men wenschte ook nog in het bijzonder de aandacht te vestigen op het belangrijke en met veel zorg samengestelde rapport van de Kamer van Arbeid voor het schoenmakersbedrijf te Waalwijk, aan den Minister van Binnenlandsche Zaken uitgebracht en opgenomen in „De Kamer van Arbeid" van 15 Januari j.1. Met feiten en cijfers wordt in dit rapport aangetoond welk een ernstig karakter in het schoenmakersbedrijf in de Langstraat de gedwongen winkelnering draagt en hoe bijna alle werklieden in dat bedrijf, sommigen in ernstige mate, van het euvel hebben te lijden. Verscheidene leden waren van oordeel, dat wettelijke bepalingen, als hier zijn voorgesteld, machteloos zullen zijn tegen het kwaad, omdat het in het meerendeel der gevallen niet daarin bedat er in de arbeidsovereenkomst opzettelijke bedingen staat, omtrent gedwongen winkelnering worden opgenomen, maar daarin,, dat op den arbeider zijdelings dwang wordt uitgeoefend en hem duidelijk wordt gemaakt, dat hij slechts dan werk zal kunnen verkrijgen of behouden, wanneer hij in bepaalde winkels bepaalde benoodigdheden koopt. De opgaven, in het bovenbedoelde rapport der Waalwijksche Kamer van Arbeid verstrekt, zijn hoogst leer-
zaam op dit punt. Andere leden voerden hiertegen
aan, dat dergelijke zijdeling-
sche pressie door geen wettelijk voorschrift is te keeren zij betoogden, dat de bepalingen van het ontwerp reeds in zooverre eene goede uitwerking zullen hebben, dat voortaan de gewraakte bedingen burgerrechtelijk krachteloos zullen zijn en aan de gedwongen winkelnering iedere rechtsgrond zal zijn ontnomen. Deze leden meenden echter, dat niet kan worden volstaan met de gelegenheid te openen om later, wanneer dit noodig mocht worden geacht, eene strafbepaling bij het verbod te doen aansluiten, maar voor strafrechtelijke sanctie van de bepalingen dadelijk moet worden gezorgd. Tegen dit laatste verklaarden sommige leden bedenking te hebben met de Regeering waren zij van oordeel, dat behoort te worden afgewacht, welke in de practijk de uitwerking zal zijn van bepalingen als hier zijn voorgesteld, en dat eerst, wanneer mocht blijken dat die bepalingen het euvel niet genoegzaam vermogen te weren, tot het stellen van strafbepalingen mag worden overgegaan. Enkele leden waren van oordeel, dat het verschijnsel der gedwongen winkelnering grootendeels in het leven wordt gehouden door de schuld der arbeiders zei ven, die dikwijls hun loon te spoedig opmaken, dan op krediet koopen in den winkel des werkgevers en zoo de zedelijke verplichting op zich laden ook later, wanneer de geldnood voorbij is, klant van den winkel te blijven. Hiertegen werd opgemerkt, dat in de bedoelde gevallen van gedwongen winkelnering in den zin, die aan dit begrip gewoonlijk wordt gehecht, geen sprake is en een loop van zaken als ;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's