Sociale hervormingen - pagina 259
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
249 indien de rente vóór diens overlijden was toegekend, zou zijn uitgekeerd over het tijdvak tusschen den dag van ingang der rente en den dag van het overlijden. Het zal bijna altijd een luttel bedrag gelden, terwijl om betaling te verkrijgen allerlei formaliteiten noodig zouden zijn; de bepaling van art. 36 zou niet van toepassing mogen zijn, indien het verzoek na het overlijden werd toegewezen. De erfgenamen zouden ook het recht hebben om beroep in te stellen van een beslissing, waarbij het verzoek van den overledene ongegrond werd verklaard. Al die omslag en moeite worden niet gewettigd door het geringe belang van de erfgenamen. Aan de erfgenamen wordt bedoeld recht
ontnomen, waartegen te minder bezwaar kan bestaan, waar de weduwe aan de storting van haar overleden echtgenoot eventueel recht op rente ontleent. Evenmin hebben de erfgenamen het recht om op te komen tegen een beslissing, bijv. tot inhouding van een deel der rente (art. 42) of tot intrekking eener rente, bijv. krachtens art. 6g had de overledene beroep ingesteld, dan kunnen de erfgenamen dat beroep niet voortzetten. Een en ander volgt uit de bepaling, dat het recht van den overledene niet op zijn erfgenamen overgaat. ;
Tweede
De
onderwerpen, niet bedoeld in art. 114, eerste van art. 138 en omtrent welker regeUng het ontwerp geen bepalingen inhoudt (artt. 5 en 99), worden definitief bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld. lid
f
het
lid.
eerste
lid
Derde lid. Wordt stukwerk verricht, niet in de werkplaats noch onder toezicht van den werkgever, dan zal deze in vele gevallen niet weten en niet kunnen weten, door welke personen het aan hem opgeleverde werk is verricht; hij betaalt den persoon, aan wien het werk door hem opgedragen is. Ontduiking der wet op groote schaal zou daarvan echter het gevolg kunnen zijn. Het hoofd van het gezin, aan wien het werk wordt opgedragen, kan het met de leden van zijn gezin verrichten en voor deze niet storten. De werkman, die het werk aanneemt, kan ook vreemde hulp gebruiken. In al dergelijke gevallen is de werkman werkgever van de personen, die hem behulpzaam zijn, en mitsdien strafbaar, als hij geen premiën voor hen betaalt. Dergelijke strafvervolgingen behooren, ook met het oog op de betrekking, waarin werkgever en werkman in dergelijk geval elkaar zullen staan, zooveel mogelijk voorkomen te worden. Het wettig bewijs, dat bijv. kinderen tegen loon voor den vader gewerkt hebben, zal overigens in den regel niet geleverd kunnen worden (art. 162 Wetboek van Strafvordering) en de kinderen zullen dus in dergelijke gevallen gevaar loopen onverzekerd te blijven. Het zal dus noodig kunnen blijken den werkgever de verplichting op te leggen de premie te betalen ook voor de werkdikwijls tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's