Sociale hervormingen - pagina 112
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
102 in de Memorie van Toelichting' van het Regeeringsontwerp van 1901 vermeld (bladz. 42), geene aanbeveling aan het gemeentebestuur eene actie tot opvordering van hetgeen onwettig gekweten is toe te kennen, het schijnt eene billijke straf ook den werkgever geene actie tot terugvordering van het onwettiglijk betaalde te verschaffen. Ook de preventieve werking van het gemis eener bepaling, als die van het tweede lid van art. 1638/ van het Regeeringsontwerp van 1901, is niet te geringschatten. Weet de werkgever, dat hetgeen hij ter voldoening van het loon in strijd met de wet mocht hebben betaald, voor goed verloren is, hij zal zich eerder van eene voorgestelde onwettige betaling weerhouden, dan indien hij het onwettig betaalde tot zijn vermogen zoude kunnen terugbrengen.
Verdient het op de gronden
tot
dit
artikel
Art. 1638^. Hetgeen over de plaats der voldoening van het loon in dit artikel wordt voorgeschreven, behoeft weinig toelichting. Het eerste sluit zich bij de practijk aan. Echter behooren partijen bij de keuze der plaats van betaling in de overeenkomst niet geheel vrij te zijn. De uitbetaling in „kroegen" en dergelijke gelegenheden moet niet langer kunnen voorkomen. Het tweede en derde lid, in hoofdzaak aan het nader gewijzigd Truck-Ontwerp ontleend, sluit zich bij de buitenlandsche
wetgevingen aan
(zie b.
v.
België, wet van 16
Aug.
1887, art. 4,
en Duitsche Geiverbeordnung, § 1 1 5 a). Dat tegen overtreding van het verbod, in het tweede lid vervat, eene bepaling van burgerlijk dwingend recht weinig of niets zou vermogen, zal gereedelijk worden toegegeven. Naar het oordeel van den ondergeteekende staat men hier voor een geval, waarin slechts van de strafwet afdoende bescherming is te verwachten. In het ontwerp van wet tot herziening van het strafwetboek, waarvan de indiening binnen een niet te lang tijdsbestek kan worden te gemoet gezien, zal eene bepaling worden aangetroffen, welke de strafrechtelijke sanctie bevat van het in art. 1638 £, tweede lid, nedergelegd verbod.
—
De artikelen 1638/ 1638 o behandelen alle de vraag: over welke arbeidstijden moet het loon worden uitbetaald ? De daaropvolgende artikelen 1638/— 1638 j handelen over het bedrag, hetwelk bij iedere uitbetaling den arbeider zal worden overhandigd. Art. 1638/. Het artikel sluit zich aan bij de regelen, welke de practijk vrij algemeen gelden. Ook door Mr. Drucker werden de in dit artikel voorgeschreven tijdstippen, ten aanzie» van loonen van meer dan drie gulden daags, aangenomen. Omtrent dergelijke belangrijke punten, als het tijdstip der voldoening van het loon is, behoort volkomen zekerheid te bestaan. Afwijking in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's